Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Universeel Autoschadeherstelbedrijf BV
Hoge Raad, 10 februari 2012
ECLI:NL:HR:2012:BU5620

werknemer/Universeel Autoschadeherstelbedrijf BV

Kennelijk onredelijk ontslag. Causaal verband tussen arbeidsongeschiktheid en werk rust op werknemer

Werknemer (60 jaar) is op 1 december 2000 in dienst getreden bij de rechtsvoorganger van UAS in de functie van restyler/plaatwerker. In mei 2002 is werknemer gedeeltelijk arbeidsongeschikt geraakt. Op 6 juni 2005 is werknemer opnieuw uitgevallen, deze keer volledig. Met ingang van 5 juli 2005 heeft het UWV de arbeidsongeschiktheidsklasse bepaald op 80-100%. De arbeidsongeschiktheid is per 8 oktober 2007 op 65-80% bepaald. De arbeidsovereenkomst is met toetstemming van de CWI tegen 30 september 2007 opgezegd. Het UWV heeft uiteindelijk, bij beslissing op bezwaar van 25 februari 2008, de mate van arbeidsongeschiktheid per 8 oktober 2007 vastgesteld op 80-100%. Werknemer heeft zich op het standpunt gesteld dat de opzegging kennelijk onredelijk is, omdat (1) de arbeidsongeschiktheid voortvloeit uit het werk, en (2) UAS onvoldoende aan haar re-integratieverplichtingen zou hebben gedaan. Het hof heeft geoordeeld dat op werknemer de stelplicht en zonodig de bewijslast ter zake het causaal verband tussen het werk en de arbeidsongeschiktheid rust. Het hof heeft de vorderingen afgewezen.

De Hoge Raad oordeelt als volgt. Als uitgangspunt heeft te gelden dat in een geval als het onderhavige de stelplicht, en zo nodig de bewijslast, met betrekking tot het gestelde (causale) verband tussen de verrichte werkzaamheden en de arbeidsongeschiktheid in beginsel op de werknemer rusten. In het licht van hetgeen door werknemer met betrekking tot de relatie tussen de door hem verrichte werkzaamheden en zijn klachten is gesteld (tot twee keer toe uitgevallen met rugklachten door het werk), is het oordeel van het hof dat dit – gelet op de gemotiveerde betwisting van UAS – onvoldoende is om daaruit een relevant causaal verband te kunnen afleiden, zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet begrijpelijk. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het hof niet heeft vastgesteld dat de medische verklaringen waarop UAS zich beroept inhouden dat een causaal verband tussen de door werknemer verrichte werkzaamheden en zijn arbeidsongeschiktheid niet bestaat, maar (slechts) dat in die rapportages zodanig verband niet wordt gelegd. Deze vaststelling rechtvaardigt evenwel niet het oordeel dat werknemer niet meer kan worden toegelaten tot het bewijs van zijn stelling dat zodanig verband wel bestaat. In zoverre slaagt het onderdeel. De cassatiemiddelen inzake de vermeende schending van de re-integratieverplichtingen worden verworpen (artikel 81 Wet RO).