Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 januari 2011
ECLI:NL:RBMID:2011:BU5598

werknemer/werkgever

Ontslag op staande voet wegens vermeend frauduleus handelen werknemer na bedrijfsongeval met papierrol en niet verschijnen bij reconstructie niet rechtsgeldig. Subjectieve en objectieve dringende reden ontbreekt

Werknemer is sinds 2004 in dienst als terminalmedewerker. Nadat hij een papierrol op zijn voet heeft gehad, heeft hij zich op 24 november 2008 ziek gemeld. Er is een onderzoek ingesteld naar het ongeval. In het opgemaakte expertiserapport wordt geconcludeerd dat de door werknemer geschetste toedracht van het ongeval aantoonbaar onjuist is en dat artikel 7:658 BW niet van toepassing is. Verder wordt geoordeeld dat de door werknemer ingediende claim frauduleus is. Op 11 december 2009 wordt werknemer op staande voet ontslagen. Een voorwaardelijk ontbindingsverzoek van werkgever is afgewezen (zie AR 2010-0507). Een voorziening tot loondoorbetaling is werknemer geweigerd. Thans vordert werknemer voor recht te verklaren dat het ontslag op staande voet nietig is. Hij vordert loon.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Als dringende reden is niet opgegeven dat de door werknemer ingediende claim frauduleus is. De directe aanleiding voor het ontslag is blijkens de ontslagbrief dat werknemer geen gebruik zou gaan maken van een op 15 december 2009 geplande reconstructie. Werknemer had er terecht bezwaar tegen gemaakt dat een eerdere reconstructie buiten zijn aanwezigheid was uitgevoerd. Achteraf blijkt dat sprake was van een miscommunicatie. Werknemer heeft niet afgezien van een reconstructie, hetgeen blijkt uit het feit dat de reconstructie alsnog heeft plaatsgevonden. De overige omstandigheden die in de ontslagbrief zijn genoemd, rechtvaardigen geen ontslag op staande voet. Dat werknemer zich een jaar later heeft vergist in de exacte datum van het bedrijfsongeval kan hem niet worden verweten. Hetzelfde geldt voor de datum van het informeren van een collega over het bedrijfsongeval. Voorts zijn de conclusies op basis van het toedrachtonderzoek onbegrijpelijk. Hoewel werknemer een eenvoudige verklaring heeft gegeven hoe zijn linkervoet door de rol is geraakt, heeft werknemer van zijn kant geen reƫle gelegenheid gehad om te reageren op de bevinding dat het onmogelijk was om met zijn linkerschoen onder de papierrol terecht te komen. Het ontslag op staande voet is nietig, omdat een dringende reden, zowel subjectief als objectief beschouwd, ontbreekt. Volgt toewijzing van de loonvordering.