Rechtspraak
Hoge Raad, 24 februari 2012
ECLI:NL:HR:2012:BU9902
werknemer/Worktrans Dienstverlening en Alpha Flight Services
Werknemer is op 10 september 2001 in dienst getreden bij Worktrans en tewerkgesteld bij Alpha in de functie van chauffeur tegen een salaris van € 315,18 netto per week. Alpha bevoorraadt vliegtuigen op Schiphol. Op 8 oktober 2001 is werknemer tijdens zijn werk ten val gekomen, waarbij hij knieletsel heeft opgelopen. Werknemer stapte ten tijde van het ongeval van een zogenoemde ‘half-cab truck’ af. Het ongeval vond plaats op de luchthaven Schiphol tijdens het lossen van het voertuig. De afstand van de trede tot de grond bedraagt 35 cm. Er was een handvat om het afstappen te vergemakkelijken. De instructie luidde dat alvorens af te stappen eventuele goederen neergezet dienden te worden. Werknemer had bij het afstappen niets in zijn handen. Er was geen sprake van neerslag ten tijde van het ongeval dan wel in de periode kort ervoor. Werknemer droeg profielzolen. Werknemer heeft een handboek voor Catering Stewards ontvangen: hij heeft op 11 september 2001 voor ontvangst getekend. Werknemer was de Nederlandse taal ten tijde van het ongeval niet machtig. Bij aanvang van de werkzaamheden heeft hij gedurende vier dagen een training (in de Nederlandse taal) gekregen. Van deze vier dagen is één dag besteed aan instructies ten behoeve van het rijden met de half-cab. Aan werknemer is geen WAO-uitkering toegekend omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% was. Werknemer heeft Worktrans en Alpha aansprakelijk gesteld voor de schade, omdat – volgens werknemer – bij het uitstappen van het voertuig ‘vuil op de traptrede’ lag. De kantonrechter en het hof hebben de vordering van werknemer afgewezen. Volgens de rechters hebben partijen hun zorgplicht niet geschonden, waarbij met name het hof uitvoerig aandacht heeft besteed aan de vraag of de truck tijdig en volledig ‘schoon’ werd gemaakt.
De Hoge Raad oordeelt als volgt. De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 Wet RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.