Naar boven ↑

Rechtspraak

OR MBCAC/MBCAC
Rechtbank Limburg, 9 december 2011
ECLI:NL:RBMAA:2011:BV7891

OR MBCAC/MBCAC

Uitleg van inhoud compensatieregeling waarover ondernemer en OR dachten overeenstemming te hebben bereikt, valt niet onder werkingssfeer nalevingsvordering ex artikel 36 WOR

Mercedes Benz Customer Assistence Center Maastricht (MBCAC) heeft de OR verzocht instemming te verlenen aan een voorgenomen besluit tot invoering van een ‘new shift model’ per januari 2011. Het model beoogt te voorzien in meer flexibiliteit met betrekking tot de inzet van werknemers in wisseldiensten. Eind december 2010 verklaart MBCAC dat overeenstemming bereikt is over een ‘New CAC Schift Model’ en over een compensatieregeling. Thans stelt de OR zich op het standpunt dat MBCAC een onjuiste uitleg aan de compensatieregeling geeft. De OR verzoekt primair voor recht te verklaren dat MBCAC uitvoering geeft aan de compensatieregeling op de door de OR voorgeschreven wijze. Subsidiair verzoekt de OR voor recht te verklaren dat voor toekomstige wijzigingen van  werktijdenregelingen aan de OR instemming gevraagd dient te worden.

De kantonrechter oordeelt als volgt. De OR is kennelijk in de veronderstelling dat een verzoek tot naleving van de overeenstemming die partijen (dachten) bereikt (te) hebben omtrent de compensatieregeling valt binnen het werkingsgebied van artikel 36 WOR. De OR legt dienaangaande een link met het bepaalde in artikel 32 WOR omdat hij meent dat MBCAC hem een extra bevoegdheid verleend heeft om tot afspraken te komen over (onder meer) een regeling tot compensatie van de gevolgen van een nieuw werktijden- en roosterpatroon. De veronderstelling van de OR is onjuist. Artikel 36 lid 2 WOR in verbinding met artikel 32 WOR ziet op conflicten waarbij aan de orde is of partijen de WOR correct hebben nageleefd. Van een dergelijk conflict is in casu geen sprake, nu de voorgelegde kwestie gaat over de uitleg van de inhoud (en als consequentie daarvan de naleving) van een compensatieregeling waarover partijen in het bestek van een voorgestelde regeling van werktijden en roosters overeenstemming bereikt dachten te hebben. De OR had bij de constatering dat de ondernemer een onjuiste interpretatie gaf aan de compensatieregeling slechts de mogelijkheid een beroep te doen op de nietigheid ex artikel 27 lid 5 WOR. Het primaire verzoek wordt derhalve afgewezen. Ook het subsidiaire verzoek wordt afgewezen. Voor zover toekomstige wijzigingsbesluiten niet passen binnen de kaders van het ‘New Shift Model’ kan de OR de nietigheid van die besluiten inroepen. In die zin heeft de OR geen belang bij het subsidiair verzochte.