Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Stichting Cultuur-Ondernemen
Rechtbank Amsterdam, 9 maart 2012
ECLI:NL:RBAMS:2012:BW0960

werkneemster/Stichting Cultuur-Ondernemen

Ontbinding arbeidsovereenkomst projectmedewerkster zonder toekenning vergoeding na afschaffing WWIK. Stichting heeft tevergeefs moeite gedaan om frictiebudget te verwerven. Habe nichts-verweer slaagt

Werkneemster is sinds 2003 in dienst van de Stichting Cultuur-Ondernemen (hierna: de Stichting), laatstelijk als projectmedewerker. De Stichting is opgericht in het kader van de inwerkingtreding van de Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK). Zij had als – uit de wet voortvloeiende – hoofdtaken het beoordelen of kunstenaars onder de werking van de wet vielen en het stimuleren van het ondernemerschap van kunstenaars. De WWIK is per 1 januari 2012 buiten werking gesteld. De Stichting heeft UWV WERKbedrijf op 7 februari 2012 een ontslagvergunning verzocht. Op het verzoek is nog niet beslist. Thans verzoekt de Stichting ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verval van de functie van werkneemster. Werkneemster betwist dat de Stichting geen budget heeft voor een vergoeding.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Partijen zijn het erover eens dat de werkzaamheden van verzoekster ten gevolge van de afschaffing van de WWIK zijn komen te vervallen en dat er geen ander passend werk voorhanden is, zodat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. De stelling van werkneemster dat de Stichting geen ontslagbegeleiding heeft geboden faalt. De Stichting heeft op correcte wijze het voorgenomen ontslag aan UWV gemeld, overleg met de ondernemingsraad gepleegd, een sociaal plan opgesteld en een geschillencommissie ingericht. In het sociaal plan is expliciet opgenomen dat een vergoeding alleen werd toegekend als daarvoor middelen werden gevonden. Vast staat dat de Stichting al in 2006 aan het toenmalige ministerie van SZW heeft verzocht om reserves te mogen kweken voor het geval de WWIK zou worden afgeschaft. Ook in de jaren daarna heeft de Stichting (grote) moeite gedaan om een frictiebudget te verwerven, hetgeen niet is gelukt. De opstelling van de regering en de subsidiegever is moeilijk op goede gronden verdedigbaar. De WWIK is buiten werking gesteld, maar over de gevolgen voor de eigen uitvoeringsorganisatie bekommeren zij zich niet of nauwelijks. Voor de Stichting is dat echter een voldongen feit; verwijtbaar heeft zij niet gehandeld. Het habe nichts-verweer slaagt. Volgt ontbinding zonder toekenning van een vergoeding.