Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgeefster/werknemer
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23 april 2012
ECLI:NL:RBBRE:2012:BW4161

werkgeefster/werknemer

Werknemer die als gevolg van privéproblemen arbeidsongeschikt is, weigert zijn werk op advies van de bedrijfsarts gedeeltelijk te hervatten. Hoewel het ontbindingsverzoek verband houdt met de arbeidsongeschiktheid wordt het ontbindingsverzoek toegewezen, omdat werknemer niet meer op enigerlei wijze werkzaam kan zijn voor werkgeefster

Werknemer is sinds 2000 in dienst als winkel space manager. Hij is op 11 april 2011 uitgevallen wegens spanningsklachten als gevolg van omstandigheden in zijn privésituatie, te weten het vertrek van zijn ex-vriendin met hun pasgeboren dochter. De bedrijfsarts heeft gedeeltelijke werkhervatting geadviseerd. Er zijn diverse gesprekken geweest met werkgeefster en de bedrijfsarts. Werknemer acht zichzelf niet tot re-integratie in staat. Thans verzoekt werkgeefster ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Hoewel het verzoek door werkgeefster niet (enkel en alleen) is ingediend vanwege de arbeidsongeschiktheid van werknemer, is de kantonrechter met werknemer van oordeel dat de aan de verzochte ontbinding ten grondslag liggende redenen wel verband houden met de arbeidsongeschiktheid. Immers, vast staat dat werknemer al geruime tijd kampt met de problemen in zijn privésituatie waardoor hij zodanig spanningsklachten ervaart dat hij arbeidsongeschikt is voor zijn eigen functie en dat werkgeefster van hem verlangt dat hij meewerkt aan re-integratie maar werknemer meent dat hij daartoe als gevolg van zijn klachten nog niet in staat is. Voor toekenning van reflexwerking is geen aanleiding indien thans duidelijk is dat werknemer niet meer op enigerlei wijze werkzaam kan zijn voor werkgeefster. Daarvan is in dit geval sprake. Hoewel de bedrijfsarts en arbeidsdeskundige hebben vastgesteld dat werknemer (gedeeltelijk) zijn werk kan hervatten, weigert werknemer zijn werk te hervatten. Niet gebleken is dat medische gronden aan (gedeeltelijke) werkhervatting in de weg staan en dat de aangeboden werkzaamheden niet passend waren. Werkgeefster wordt verweten dat zij na de ziekmelding direct de beëindiging van de arbeidsovereenkomst in werking heeft gezet. Werkgeefster had zich moeten inspannen om de re-integratie op gang te brengen. Ook heeft zij nagelaten om te trachten de tussen partijen ontstane verstoring van de arbeidsrelatie weg te nemen. De arbeidsovereenkomst wordt wegens een verstoorde arbeidsrelatie ontbonden. Nu de ontstane situatie in de risicosfeer van werkgeefster ligt, wordt naar billijkheid een vergoeding van € 24.000 toegekend.