Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/ROC West Brabant
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 april 2012
ECLI:NL:RBBRE:2012:BW4044

werkneemster/ROC West Brabant

ROC niet aansprakelijk voor schade na val over scheerlijn tent tijdens introductiekamp studenten. Huis-, tuin- en keukenongeval

Werkneemster is in dienst van ROC als instructeur ICT en docente rekenen. Voor het schooljaar 2008-2009 heeft zij een introductiekamp op een kampeerboerderij begeleid. Werkneemster is tijdens het kamp ’s nachts ongelukkig gestruikeld over een scheerlijn van een tent  toen ze haar collega’s niet telefonisch kon bereiken en naar hen toe is gelopen om assistentie te vragen bij een voorval met studenten. Zij heeft daarbij een wond aan haar been en een gebroken arm opgelopen. Thans stelt zij ROC op grond van artikel 7:611 BW en artikel 7:658 BW aansprakelijk voor haar schade.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Anders dan het ROC stelt, heeft het meegaan met hetkamp geen vrijwillig karakter, omdat dit tot het takenpakket van werkneemster behoort. Werkneemster heeft derhalve schade opgelopen in de uitoefening van haar werkzaamheden. Voor zover de kampeerboerderij als de arbeidsplaats van werkneemster in de zin van artikel 1 lid 3 sub g van de Arbeidsomstandighedenwet moet worden beschouwd, moet worden vastgesteld dat de zeggenschap van ROC over de inrichting van die arbeidsplaats zeer beperkt is: het is de exploitant van de kampeerboerderij bij wie de eerste verantwoordelijkheid ligt voor de veiligheid van het eigen personeel en van de gebruikers en op wie de verplichting rust een risico-inventarisatie te maken. Op het grensvlak van inrichting, arbeidsmiddelen en veiligheid (artikel 3 lid 1 sub a/b, c en e/f Arbeidsomstandighedenwet) ligt de al of niet terbeschikkingstelling van zaklampen en portofoons. Vooropgesteld wordt dat ROC ervan mocht uitgaan dat haar docenten, althans het leeuwendeel ervan, beschikte(n) over een eigen mobiele telefoon, dat die mobiele telefoons bereik hadden en dat de mobiele telefoons ‘aan’ stonden gedurende het kamp. ROC stelt, onweersproken, dat zij zaklampen ten behoeve van het introductiekamp ter beschikking heeft gesteld. Van ROC als werkgeefster behoeft niet te worden verwacht dat zij erop toezag dat de ten behoeve van het kamp beschikbaar gestelde zaklampen ook vervolgens werden gedistribueerd. De instructiebevoegdheid van ROC brengt ook niet mee dat zij op ‘struikelgevoeligheid’ van scheerlijnen van tenten had moeten wijzen. In dit geval is sprake van een ongeluk dat in de categorie huis-, tuin- en keukenongevallen thuishoort, ofwel de ongelukkige samenloop van omstandigheden. ROC heeft geen zorgplicht geschonden en is derhalve niet aansprakelijk. Volgt afwijzing van de vorderingen.