Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Chess B.V. h.o.d.n. Checkpoint
Gerechtshof Den Haag, 24 april 2012
ECLI:NL:GHSGR:2012:BW3995

werknemer/Chess B.V. h.o.d.n. Checkpoint

Aanvaarden vaststellingsovereenkomst kort na personeelsbijeenkomst daags na sluiting coffeeshop – bedrijf werkgever – door Justitie, leidt niet tot vernietiging wegens dwaling, bedrog of misbruik van omstandigheden. Dreiging met faillissement en onduidelijkheid over loongarantieregeling leiden niet tot schending informatieplicht werkgever. Vaststellingsovereenkomst evenmin in strijd met goed werkgeverschap of redelijkheid en billijkheid

Werknemer (35 jaar) is op 1 januari 2001 als bedrijfsleider in dienst van Checkpoint (coffeeshop) getreden. Op 28 mei 2008 heeft Justitie Checkpoint gesloten wegens meermalen overtreden van de Opiumwet. Op 29 mei 2008 heeft Checkpoint een personeelsbijeenkomst belegd. Na afloop van deze bijeenkomst heeft werknemer (en velen met hem) een vaststellingsovereenkomst getekend, inhoudende dat de arbeidsovereenkomst per 1 augustus 2008 zonder enige vergoeding tot een einde komt. In oktober 2008 doet werknemer een beroep op wilsgebreken en vordert een verklaring voor recht dat de vaststellingsovereenkomst is vernietigd. Werknemer vordert vervolgens loon vanaf augustus 2008 tot einde arbeidsovereenkomst (1 oktober 2009 voorwaardelijke ontbinding). Volgens werknemer heeft Checkpoint tijdens de personeelsbijeenkomst gezegd dat indien werknemers niet akkoord zouden gaan met de vaststellingsovereenkomst zij vanwege het faillissement geen enkele financiële vergoeding zouden krijgen. Naar het oordeel van werknemer is deze informatie onjuist en in strijd met de loongarantieregeling van de WW.

Het hof oordeelt als volgt. Anders dan werknemer stelt, is tijdens de personeelsbijeenkomst wel degelijk gesproken over de loongarantieregeling. Voor zover dat niet duidelijk was, had werknemer nadere vragen kunnen stellen. Uit het vorenstaande volgt dat geen sprake is van schending van de informatieplicht door Checkpoint. Van overige wilsgebreken acht het hof evenmin sprake (geen misbruik van recht, bedrog of bedreiging). Ten slotte acht het hof de hele gang van zaken niet in strijd met het goed werkgeverschap en/of de redelijkheid en billijkheid.