Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 20 april 2012
ECLI:NL:RBARN:2012:BW4462
werknemer/Stichting Katholieke Universiteit
Werknemer (41 jaar) is in 1998 bij (de rechtsvoorgangster van) UMC St Radboud in dienst getreden. Hij is thans werkzaam als Beleidsadviseur bij de Concernstaf, Sectie HR. Op 11 oktober 2011 heeft werknemer zich ziek gemeld wegens spanningsklachten die het gevolg zijn van een verstoorde arbeidsrelatie. UMC St Radboud heeft op 22 februari 2012 bij het UWV WERKbedrijf een ontslagvergunning aangevraagd. Thans verzoekt werknemer ontbinding van de arbeidsovereenkomst met C=3. Hij voert aan dat hij na de komst van de nieuwe HR-directeur plotseling zonder reden moet vertrekken. Later is gebleken dat er kritiek is op zijn functioneren, maar hem is geen verbetertraject aangeboden.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Onweersproken is dat werknemer tot begin 2011 steeds naar tevredenheid van zijn leidinggevenden heeft gefunctioneerd en voldoende beoordelingen heeft gehad. Begin 2011 heeft (de raad van bestuur van) UMC St Radboud besloten een nieuwe koers te varen ter verhoging van de kwaliteit van dienstverlening. UMC St Radboud heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij met werknemer heeft gesproken over de gevolgen van de koerswijziging voor het werk. Zij heeft tevens aan de hand van concrete situaties toegelicht op welke punten van het werk van werknemer zij ontevreden was. Omdat werknemer van mening bleef dat hij zijn werk goed deed, stond hij niet open voor die kritiek en was er geen ruimte voor een verandering, zoals die door de raad van bestuur werd beoogd. UMC St Radboud kan worden verweten dat zij onvoldoende oog heeft gehad voor het proces dat zich bij werknemer afspeelde. In zoverre had het op haar weg gelegen werknemer op een andere, meer bij hem passende wijze, te benaderen. Er wordt een vergoeding toegekend met C=1 (€ 52.711,68.) UMC St Radboud heeft erop gewezen dat werknemer gedurende 38 maanden aanspraak heeft op een bovenwettelijke uitkering waarbij ook nog een deel pensioen wordt opgebouwd. De kosten daarvan komen volledig voor haar rekening. Bij het toekennen van de ontbindingsvergoeding wordt hiermee rekening gehouden. Omdat op dit moment onzeker is of het totaal van de aan werknemer te betalen bovenwettelijke uitkering de hoogte van de ontbindingsvergoeding zal overstijgen, zal UMC St Radboud deze vergoeding nu moeten betalen. Zij mag echter de nog te betalen bovenwettelijke uitkeringsbedragen door inhouding daarvan in mindering brengen op de dan reeds betaalde vergoeding en wel tot een maximum van € 52.711,68.