Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Logicx Berging BV
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 22 mei 2012
ECLI:NL:GHSHE:2012:BW6460

werknemer/Logicx Berging BV

Hoewel werknemer een 19-urige werkweek is overeengekomen, stelt hij recht te hebben op betaling van 97 uur. Beschikbaarheidsdiensten bergingschauffeur worden niet als arbeidstijd aangemerkt

Werknemer is in 2003 in dienst getreden van een rechtsvoorganger van Logicx, een volle dochter van ANWB. Hij was laatstelijk werkzaam in de functie van bergingschauffeur voor 19 uur per week. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO Metaal en Techniek Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf (hierna: de cao) van toepassing. Werknemer werkte op eigen verzoek ’s avonds en in de weekenden. In eerste aanleg heeft werknemer achterstallig loon gevorderd en afgifte van een getuigschrift. De kantonrechter heeft deze vorderingen afgewezen. Hiertegen keert werknemer zich in hoger beroep.

Het hof oordeelt als volgt. Werknemer stelt niet in de gelegenheid te zijn gesteld om het bewijs te leveren dat hij buiten de overeengekomen 19 uur per week in opdracht van (de rechtsvoorganger van) Logicx en ter uitvoering van de arbeidsovereenkomst volgens een door (de rechtsvoorganger van) Logicx opgesteld dienstrooster werkzaam is geweest op grond waarvan hij 97 uren heeft gewerkt. Het bestaan van een (dienst)rooster betekent nog niet dat werknemer recht heeft op uitbetaling van de (97) uren van dat rooster. Vast staat immers dat hij een arbeidsovereenkomst had voor 19 uur per week. Van een feitelijke wijziging in maart 2005 van een 19-urige naar een 97-urige werkweek gedurende de avonden, nachten en weekenden is niet gebleken. Bovendien is een 97-urige werkweek in strijd met de cao en Richtlijn 2002/15/EG van 11 maart 2002 en Richtlijn 2003/88/EG van 4 november 2003. Een en ander betekent dat de kantonrechter geen bewijs als door werknemer gesteld behoefde op te dragen en dat het hof werknemer evenmin tot dat bewijs zal toelaten.

Anders dan werknemer stelt, oordeelt het hof dat werknemer voor het – op eigen verzoek – (parttime) werken tijdens de avonden, nachten en weekenden niet ongelijk beloond is ten opzichte van collega’s die overdag werken. Het zich beschikbaar houden gedurende de uren als door werknemer gesteld teneinde 19 uur per week te werken binnen de door hem gestelde 97 uur per week, past bij de aard van het werk als bergingschauffeur. Het betoog van werknemer dat zijn beschikbaarheidsdiensten steeds als arbeidstijd moeten worden aangemerkt, wordt niet gevolgd. Het was niet noodzakelijk dat hij tijdens de beschikbaarheidsuren in of rondom het bergingsvoertuig verbleef. Ook het verblijf van werknemer op de vestigingen van Logicx was niet verplicht. Het beroep op Europese regelgeving voor mobiele werkers en artikel 1 lid 3 sub g Arbeidsomstandighedenwet faalt.

Wel wordt de gevorderde piketvergoeding op grond van de ‘Aanvullende regelingen arbeidsvoorwaarden Logicx Berging BV’ toegewezen. Logicx heeft in eerste aanleg al aangeboden deze vergoeding te voldoen, maar toen stelde werknemer zich nog op het standpunt dat de aanvullende regeling niet van toepassing was. In hoger beroep heeft werknemer zich wel op deze regeling beroepen. De gevorderde dagvenstervergoeding is door Logicx onvoldoende betwist en wordt derhalve toegewezen. Tot slot is de gevorderde overwerktoeslag door werknemer onvoldoende onderbouwd, zodat deze wordt afgewezen.