Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/QuickResult B.V.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 5 juni 2012
ECLI:NL:GHLEE:2012:BW8369

werknemer/QuickResult B.V.

Werknemer die zonder toestemming verbod op nevenactiviteiten overtreedt, handelt opzettelijk dan wel bewust roekeloos in de zin van artikel 7:661 BW, zodat geleden schade (kosten incassobureau werknemer) door werknemer moet worden vergoed

Werknemer is met ingang van 1 september 2008 voor de duur van zes maanden in dienst getreden bij QuickResult als junior debiteurenbeheerder. Met ingang van 8 september 2008 is werknemer door QuickResult uitgeleend aan GTI N.V. (hierna: GTI). Hij werkte vanaf laatstgenoemde datum op de afdeling Credit Management van het kantoor van GTI in Bunnik. Op de arbeidsovereenkomst is naast een concurrentiebeding ook een verbod op nevenactiviteiten van toepassing. Werknemer heeft tot 26 september 2008 een incassobureau gedreven in de vorm van een eenmanszaak onder de naam IncassoCare, gevestigd te Groningen. Vanaf 26 september 2008 is werknemer commercieel directeur met volledige volmacht van de commanditaire vennootschap met een beherende vennoot, eveneens genaamd IncassoCare en gevestigd te Apeldoorn (hierna: IncassoCare). Op 22 september 2008 heeft werknemer (door middel van een e-mail namens GTI aan X) IncassoCare ingeschakeld voor de inning van een vordering van GTI op Nacap. IncassoCare heeft Nacap op 23 september 2008 aangeschreven tot betaling van een bedrag van € 122.013,80, waarvan € 6091,73 aan incassokosten. Nacap heeft eind september/begin oktober 2008 een bedrag van € 53.611,06 aan IncassoCare voldaan. IncassoCare heeft het ontvangen bedrag doorgestort aan GTI, onder inhouding van € 4032,30 aan incassokosten. Op 6 oktober 2008 heeft QuickResult een klacht ontvangen van GTI over de handelwijze van werknemer, waarop werknemer door QuickResult op staande voet is ontslagen. QuickResult heeft op 23 oktober 2008 een bedrag van € 4032,30 betaald aan GTI. Thans vordert QuickResult dit bedrag van werknemer. De kantonrechter heeft deze vorderring toegewezen.

Het hof oordeelt als volgt. Werknemer is door QuickResult uitgeleend aan GTI voor het debiteurenbeheer. Werknemer heeft de vordering aan Nacap op 22 september 2008 ter incasso uitbesteed aan zijn eigen incassobureau, terwijl hij kort daarvoor tot tweemaal toe (op 14 augustus 2008 en op 9 september 2008) heeft getekend voor een verbod op concurrerende nevenactiviteiten respectievelijk een verbod om zaken te doen voor eigen rekening. Werknemer kan zich er niet achter verschuilen dat QuickResult van het bestaan van IncassoCare op de hoogte was, aangezien hij niet – conform de hiervoor bedoelde verboden – beschikte over schriftelijke toestemming van QuickResult om IncassoCare in te schakelen bij de uitoefening van zijn werkzaamheden voor GTI. Zelfs indien er veronderstellenderwijs van wordt uitgegaan dat werknemer toestemming had van GTI om een incassobureau in te schakelen (hetgeen QuickResult betwist), kan dit werknemer niet baten. Door IncassoCare in te zetten voor de inning van de vordering op Nacap, wetende dat hij in ieder geval niet beschikte over toestemming – noch van QuickResult, noch van GTI – om zijn eigen incassobureau een opdracht toe te schuiven, heeft werknemer ernstig verwijtbaar gehandeld. Deze verwijtbaarheid gaat bepaald verder dan de ‘normale’ onvoorzichtigheid die aanleiding kan zijn voor een fout van een werknemer bij de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, maar waarvoor de werknemer ex artikel 7:661 BW niet aansprakelijk is jegens de werkgever. Voor zover onder de hiervoor beschreven omstandigheden al niet gesproken kan worden van opzet, moet werknemer zich terdege bewust zijn geweest van het roekeloze karakter van zijn acties.