Rechtspraak
FNV Bondgenoten c.s./werkgeefster
FNV en CNV zijn partij bij de CAO Technisch Installatiebedrijf. De cao heeft een looptijd van 1 april 2011 tot en met 30 april 2013. Vanwege haar lidmaatschap van werkgeversvereniging UNETO-VNI is werkgeefster gehouden de cao na te leven. Werkgeefster heeft FNV en CNV per brief van 14 maart 2012 geïnformeerd over haar besluit om vanwege een sterke terugval van het marktvolume in de nieuwbouwmarkt, 150 werknemers in een externe flexibele capaciteitspool te plaatsen, die is ondergebracht in de dochteronderneming X. Per 1 april 2012 heeft werkgeefster 150 van haar werknemers overgeplaatst naar X. Tussen partijen is in geschil of uit de tekst van artikel 9 lid 2 cao voortvloeit dat werkgeefster FNV en CNV omtrent haar voornemen tot oprichting van een flexibele capaciteitspool had moeten informeren of dat werkgeefster daartoe pas moet overgaan op het moment dat zij X vervreemdt aan een derde partij.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit de tekst en toelichting van artikel 9 lid 2 cao volgt dat de werkgever die plannen heeft voor het ingrijpend reorganiseren van het personeelsbestand dan wel andere plannen heeft die een belangrijke negatieve invloed op de werkgelegenheid zullen hebben, de vakverenigingen op zodanig tijdstip hiervan op de hoogte dient te stellen dat te verwachten valt dat de plannen doorgang zullen vinden, maar de vakverenigingen nog wel de mogelijkheid hebben een reële inbreng te leveren.
De door werkgeefster onderscheiden fasen tussen (a) de oprichting en (b) de overdracht van de flexibele capaciteitspool kunnen niet los van elkaar worden gezien. Gebleken is dat werkgeefster al bij de oprichting van de flexibele capaciteitspool het voornemen had om de pool over te dragen aan een derde, zodat op dat moment al vaststond dat het oprichten van de pool op termijn ten koste zou gaan van de werkgelegenheid binnen de onderneming van werkgeefster. Het oprichten van de flexibele capaciteitspool kan worden gekwalificeerd als een ingrijpende reorganisatie van het personeelsbestand. Voor zover zou worden geoordeeld dat daarvan geen sprake is, is in ieder geval sprake van plannen die een belangrijke negatieve invloed op de werkgelegenheid zullen hebben. Werkgeefster heeft derhalve in strijd met artikel 9 lid 2 cao gehandeld. De vorderingen tot intrekking van de overplaatsing van een deel van het werknemersbestand naar X en opschorting van de door werkgeefster gestarte uitvoeringmaatregelen worden toegewezen. Voorts wordt werkgeefster veroordeeld tot betaling van een voorschot aan schadevergoeding ter hoogte van € 5000 aan zowel FNV als CNV.