Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/NOAP BV, h.o.d.n. Noorder Apotheek
Rechtbank Midden-Nederland, 4 juli 2012
ECLI:NL:RBUTR:2012:BX3522

werkneemster/NOAP BV, h.o.d.n. Noorder Apotheek

In strijd met arbeidsvoorwaardenregeling en cao Apotheken is een mondelinge arbeidsovereenkomst overeengekomen. Op Noorder Apotheek rust het (bewijs)risico voor onduidelijkheden over afspraken over de door werkneemster uit te oefenen functie en te verrichten werkzaamheden

Werkneemster is in 2006 op basis van een mondelinge arbeidsovereenkomst in dienst getreden van Noorder Apotheek. Partijen zijn verdeeld over de overeengekomen functie en de daarbij horende salariƫring en verantwoordelijkheden. Werkneemster stelt dat zij in dienst is getreden als (tweede) apotheker en dat zij in die hoedanigheid ook werkzaamheden heeft uitgevoerd, terwijl Noorder Apotheek zich op het standpunt stelt dat werkneemster in dienst getreden is als algemeen ondersteunend medewerker.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Op grond van de arbeidsvoorwaardenregeling voor apothekers in loondienst en de algemeen verbindend verklaarde cao Apotheken had werkneemster bij haar indiensttreding in 2006 een schriftelijke arbeidsovereenkomst moeten worden aangeboden. Noorder Apotheek heeft dit pas in 2009 gedaan. Op Noorder Apotheek rust derhalve het (bewijs)risico voor eventuele onduidelijkheden over de afspraken over de uit te oefenen functie en de te verrichten werkzaamheden. Dit maakt dat in onderhavige casus, in afwijking van de hoofdregel van artikel 150 Rv, op grond van een bijzondere regel Noorder Apotheek dient te bewijzen dat partijen in maart 2006 hebben afgesproken dat werkneemster in dienst zou treden in de functie van algemeen ondersteunend medewerker en dat zij de daarbij behorende werkzaamheden zou gaan uitvoeren. Noorder Apotheek wordt in de gelegenheid gesteld dit bewijs te leveren. Werkneemster wordt opgedragen te bewijzen dat zij structureel werkzaamheden als tweede apotheker heeft verricht. Volgt aanhouding van de zaak.