Naar boven ↑

Rechtspraak

X/Stichting Nieuw Kranenburg, Centrum voor de kunst, cultuur en natuureducatie
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 6 september 2012
ECLI:NL:RBALK:2012:BX6686

X/Stichting Nieuw Kranenburg, Centrum voor de kunst, cultuur en natuureducatie

Afwijzing vordering tot wedertewerkstelling directeur Kranenburg. Uit onderzoeksrapport blijkt dat managementtaken niet naar behoren zijn uitgevoerd. Niet in hoge mate onwaarschijnlijk dat ingediend ontbindingsverzoek wordt toegewezen

X is sinds 1 januari 2012 directeur/bestuurder van Kranenburg (een museum). Op 21 februari 2012 heeft het college van B&W van de gemeente Bergen het vertrouwen in X als directeur/bestuurder van Kranenburg opgezegd en de raad van toezicht gevraagd tot ontslag over te gaan. Naar aanleiding van een extern onderzoek is een aantal leden van de RvT opgestapt. Bij besluit van 12 juli 2012 heeft de (nieuw aangestelde) RvT besloten X als directeur te ontslaan. Daarbij is de arbeidsovereenkomst tussen partijen intact gebleven. Kranenburg heeft een ontbindingsverzoek ingediend. Thans vordert X wedertewerkstelling.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Anders dan X heeft aangevoerd, wordt er in deze procedure van uitgegaan dat de benoeming van de leden van de RvT op de juiste wijze is geschied. Voldoende aannemelijk is geworden dat de RvT zich bij zijn besluiten tot schorsing en ontslag van X niet uitsluitend heeft gebaseerd op de bevindingen van een extern onderzoeksbureau, waarvan ten tijde van het ontslag nog geen definitief rapport beschikbaar was, maar ook op andere bronnen. In het onderzoeksrapport is voldoende steun te vinden voor het standpunt van Kranenburg dat X in elk geval zijn managementtaken niet naar behoren heeft uitgevoerd. Het is niet in hoge mate onwaarschijnlijk dat het door Kranenburg ingediende ontbindingsverzoek zal worden toegewezen. Onder die omstandigheden kan wedertewerkstelling niet aan de orde zijn en dient deze primaire vordering van X te worden afgewezen.

Ter onderbouwing van zijn subsidiaire vordering heeft X aangevoerd dat hij door de grote hoeveelheid taken die hij had, mogelijk zijn managementtaken niet geheel naar behoren heeft uitgevoerd, maar dat hij zijn museale werkzaamheden, waar zijn voornaamste kwaliteit ligt, wel naar behoren heeft uitgevoerd, zodat hij er om die reden belang bij heeft dat hij in de gelegenheid gesteld zal worden in ieder geval dat deel van zijn taken te hervatten. Ook de subsidiaire vordering wordt afgewezen. Binnen twee maanden zal over het ontbindingsverzoek worden geoordeeld. Het belang van Kranenburg om in de tussentijd niet met de aan een wedertewerkstelling van X verbonden spanningen van doen te krijgen wegen zwaarder dan het belang van X om in die vrij korte tijd wederom aan de slag te gaan.