Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland, 27 juli 2012
ECLI:NL:RBGRO:2012:BX7936
X/Schoonmaakbedrijf Vlietstra B.V.
X is in 2007 in dienst getreden van Bakker Schoonmaakbedrijf. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf van toepassing. Sinds 2008 heeft X in opdracht van Bakker (die een contract heeft gesloten met de woningstichting) schoonmaakwerkzaamheden verricht in een flat. De flat is van de woningstichting overgenomen door Y, die hoofdverhuurder van de flat is geworden. Vlietstra heeft de aanbesteding door Y gewonnen en zal voortaan de schoonmaakwerkzaamheden verrichten. Thans is in geschil of er sprake is van een contractsovername in de zin van artikel 38 cao, op grond waarvan Vlietstra aan X een arbeidsovereenkomst dient aan te bieden.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De Hoge Raad heeft eerder geoordeeld over de uitleg van een contractswisseling in de zin van de cao (HR 8 juni 2007, LJN BA3039, ISS/Lavis). De Hoge Raad heeft geoordeeld dat van een contractswisseling ten gevolge van heraanbesteding in de zin van artikel 43 van de cao, slechts sprake is indien de heraanbesteding plaatsvindt door dezelfde opdrachtgever als degene die het project waarom het gaat eerder aanbesteedde, als juist erkend.
In deze procedure is genoegzaam in rechte komen vast te staan dat er in het onderhavige geval geen sprake is van eenzelfde opdrachtgever als degene die de flat eerder aanbesteedde. Gelet op de hiervoor gegeven strikte uitleg van artikel 38 van de cao – waarvan de tekst naar het oordeel van de kantonrechter het equivalent is van de tekst van (het oude) artikel 43 van de cao – kan niet de conclusie worden getrokken dat er sprake was van een heraanbesteding van het betreffende object en dus ook niet een contractswisseling in de zin van artikel 38 van de cao. De Hoge Raad biedt de mogelijkheid dat een zijdelings bij het beëindigde contract betrokken rechtspersoon die tot aanbesteding van de in dat contract voorziene werkzaamheden overgaat, in feite mede als partij bij het beëindigde contract moet worden aangemerkt en in de tweede plaats dat onder omstandigheden de mogelijkheid bestaat dat de nieuwe opdrachtgever voor de toepassing van de onderhavige cao-bepaling is te vereenzelvigen met de oude opdrachtgever. Deze zijdelingse betrokkenheid en vereenzelviging van partijen is niet in rechte komen vast te staan, zodat daaraan voorbij wordt gegaan. Volgt afwijzing van de vorderingen.