Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Friesland Foods B.V.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 september 2012
ECLI:NL:GHLEE:2012:BX8630

werknemer/Friesland Foods B.V.

Gewezen werknemer behoudt recht op oude indexeringsafspraak en raakt niet gebonden aan de gewijzigde Pensioen-CAO 2006 omdat hij ten tijde van deze cao reeds een VUT-regeling genoot en derhalve geen werknemer in de zin van artikel 1 lid 1 WCAO meer is

Werknemer (geboren 1943) is van 1973 tot 2005 (bijna onafgebroken) in dienst geweest van Friesland Foods B.V. Met ingang van 1 mei 2005 heeft werknemer een uitkering ontvangen op grond van de Collectieve arbeidsovereenkomst inzake flexibele uittreding met kapitaaldekking voor de zuivelindustrie (kortweg: Flexuz-CAO). Vanaf 2008 ontvangt werknemer een ouderdomspensioen. Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vraag of – zoals Friesland Foods stelt – dit ouderdomspensioen voorwaardelijk geïndexeerd wordt, of dat – zoals werknemer stelt – een deels onvoorwaardelijke indexeringsclausule van toepassing is. Aan het standpunt van Friesland Foods ligt de opvatting ten grondslag dat de Pensioen-CAO 2006 (collectieve arbeidsovereenkomst inzake pensioenen 2006 voor de zuivelindustrie), waarin onder meer de invoering van een geheel voorwaardelijke indexering is vastgelegd, onverkort op werknemer van toepassing is. Werknemer bestrijdt dit, onder meer met het argument dat de Pensioen-CAO 2006 eerst van kracht is geworden (op 1 januari 2006) toen hij al uit dienst was. Een ander, met het voorgaande samenhangend, geschilpunt is of de pensioenaanspraken van werknemer door Friesland Foods aan Delta Lloyd hadden moeten worden overgedragen. Volgens Friesland Foods is dit terecht niet gebeurd, omdat werknemer op 1 januari 2006 niet tot de groep (zgn. ‘slapers’ en gepensioneerden) behoorde die hiervoor in aanmerking kwam.

Het hof oordeelt als volgt. Het hof deelt niet het standpunt van Friesland Foods dat werknemer rechtstreeks gebonden is aan de Pensioen-CAO 2006 en de Pensioenregeling 2006, waarin de omzetting naar een geheel voorwaardelijke indexering gestalte is gegeven. Ingevolge artikel 1 lid 1 van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst regelt een collectieve arbeidsovereenkomst voornamelijk of uitsluitend de arbeidsvoorwaarden, bij arbeidsovereenkomsten in acht te nemen. Aangezien de arbeidsovereenkomst tussen werknemer en Friesland Foods met ingang van 1 mei 2005, toen werknemer een Flexuz-uitkering is gaan ontvangen, is geëindigd, brengt de per 1 januari 2006 van kracht geworden Pensioen-CAO 2006 geen wijziging teweeg in de rechten en/of verplichtingen van werknemer ten opzichte van Friesland Foods. Hieraan doet niet af dat werknemer na het verbreken van de arbeidsrechtelijke band tussen werknemer en Friesland Foods per 1 mei 2005 met toepassing van artikel 13 lid 1 Flexuz-regeling ten opzichte van de pensioenuitvoerder actief deelnemer aan de pensioenregeling is gebleven tot het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd (op 19 mei 2008). Dat het – naar Friesland Foods stelt – de bedoeling van de cao-sluitende partijen zou zijn geweest om ook de indexering van gewezen werknemers te wijzigen in een geheel voorwaardelijke, leidt niet tot het door Friesland Foods beoogde resultaat. Nog daargelaten of de gestelde bedoeling van de cao-sluitende partijen voldoende duidelijk uit de tekst van de Pensioen-CAO 2006 blijkt, na beëindiging van zijn dienstverband met Friesland Foods op 1 mei 2005 konden de cao-sluitende partijen geen afspraken maken over (wijziging van) de arbeidsvoorwaarden die werknemer binden.