Rechtspraak
werknemers/Laurentius
X en Y zijn directeur bij woningbouwvereniging Laurentius. De statutair bestuurder van Laurentius is gearresteerd op verdenking van onder meer fraude en oplichting. Hij is geschorst. In het belang van het lopend forensisch onderzoek zijn ook X en Y geschorst. Thans vorderen zij wedertewerkstelling. Ze stellen dat er onvoldoende grond is voor de schorsing en het opgelegde contactverbod.
De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Aan de directeuren is meegedeeld dat zij voor de duur van het geïntensiveerde forensische onderzoek worden geschorst, maar onduidelijk is wat de concrete reden of rechtvaardiging is om hen juist nu te schorsen. Aangezien het forensische onderzoek naar de gang van zaken binnen Laurentius, waaronder ook het handelen van het directieteam, al enkele maanden loopt en de directeuren gedurende die maanden op de werkvloer aanwezig zijn geweest en hun taken hebben uitgevoerd, mag van Laurentius als goed werkgever worden verwacht dat zij nauwkeurig aangeeft wat er nu is veranderd en welke concrete bezwaren er bestaan tegen het doorgaan van de directeuren met het feitelijk uitvoeren van hun taken als directeur. Die concrete bezwaren heeft Laurentius niet meegedeeld. Laurentius beroept zich uitsluitend op een onderzoeksbelang, maar zij onderbouwt niet op welke concrete wijze de aanwezigheid van de directeuren op de werkvloer anders dan voorheen het lopende forensische onderzoek zou belemmeren. Ook het contactverbod bevat geen motivering van de concrete belemmeringen die de directeuren met dergelijke contacten kunnen opwerpen. Volgt toewijzing van de vordering tot wedertewerkstelling.