Rechtspraak
werkgeefster/werknemer
Werknemer is in dienst als medewerker kwaliteitszorg. Werkgeefster bevindt zich thans in een penibele financiële situatie. Als gevolg hiervan zijn 122 werknemer boventallig verklaard. De OR heeft haar instemming gegeven aan het reorganisatieplan, daarnaast heeft er raadpleging met de vakbonden plaatsgevonden. Voor 110 werknemers is een ontslagvergunning. Werknemer komt volgens werkgeefster op grond van het afspiegelingsbeginsel voor ontslag in aanmerking. Omdat werknemer sinds februari 2012 arbeidsongeschikt is, is geen ontslagvergunning aangevraagd en wordt verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De slechte bedrijfseconomische omstandigheden zijn voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. Partijen zijn het erover eens dat de functie van werknemer is komen te vervallen en dat zijn functie niet uitwisselbaar is. Dat er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn, is door werknemer onvoldoende betwist. Ten aanzien van de vergoeding wordt overwogen dat hier geen sprake is van een ‘habe nichts’-situatie, wel blijkt uit de financiële stukken dat er ‘wenig’ is. Dit in combinatie met het gegeven dat werknemer een goed financieel vangnet heeft met de hem toekomende WW-uitkering en dat zijn vrouw een dienstbetrekking heeft, acht de kantonrechter een vergoeding van € 10.000 geïndiceerd.