Rechtspraak
Ramadan/Erasmus Universiteit
Vervolg AR 2011-0834. De gemeente Rotterdam en de Erasmus Universiteit hebben het gasthoogleraarschap van Ramadan op 18 augustus 2009 beëindigd, wegens de betrokkenheid van Ramadan bij de Iraanse televisiezender Press TV. Deze zender wordt gefinancierd door de Iraanse regering, die buitensporig geweld gebruikt tegen demonstranten. Ramadan stelt dat sprake is van wanprestatie dan wel onrechtmatige daad. Bij tussenvonnis is de Erasmus Universiteit toegelaten tegenbewijs te leveren tegen de voorshands bewezen geachte stelling dat in het telefoongesprek niet is aangegeven dat Ramadan op dezelfde dag of uiterlijk één dag later een keuze moest maken tussen ofwel een vertrek bij Press TV, ofwel een vertrek bij de Erasmus Universiteit.
De rechtbank oordeelt dat de Erasmus Universiteit niet is geslaagd in het tegenbewijs. Door op 18 augustus 2009 de uitnodiging van Ramadan als gasthoogleraar, zonder Ramadan daarover te horen, onmiddellijk in te trekken en door het besluit daartoe op diezelfde dag in een gezamenlijk persbericht van de Erasmus Universiteit en de gemeente Rotterdam wereldkundig te maken, heeft de Erasmus Universiteit de belangen van Ramadan op onzorgvuldige wijze ondergeschikt gemaakt aan haar vermeende eigen belangen.
De handelwijze van de Erasmus Universiteit jegens Ramadan kan worden gekwalificeerd als een tekortkomen in de nakoming van verbintenissen die voortvloeiden uit de tussen de Erasmus Universiteit en Ramadan bestaande contractuele relatie. Immers, partijen bij een overeenkomst, ook een overeenkomst van opdracht, zijn verplicht zich jegens elkaar te gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid. Die eisen brengen mee dat partijen jegens elkaar zorgvuldig dienen te handelen en dat zij rekening dienen te houden met elkaars gerechtvaardigde belangen. Het handelen (en nalaten) van de Erasmus Universiteit levert niet alleen wanprestatie op, maar kan tevens worden aangemerkt als strijdig met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Derhalve zal worden toegewezen de door Ramadan gevorderde verklaring voor recht dat de Erasmus Universiteit onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld door plots, zonder hem te horen, zijn gasthoogleraarschap in te trekken. De materiële schadevergoeding van € 20.851, zijnde de contractuele vergoeding voor het gasthoogleraarschap over de resterende looptijd, wordt toegewezen. De gevorderde immateriële schadevergoeding wordt afgewezen. Hoewel Ramadan nadeel heeft geleden dat niet in vermogensschade bestaat, is hij niet in zijn eer of goede naam geschaad of op andere wijze in zijn persoon aangetast.