Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgever
Rechtbank Rotterdam, 8 oktober 2012
ECLI:NL:RBROT:2012:BY5534

werkneemster/werkgever

Vanwege openheid over detentie partner door medewerkster Forensische Verslavings Kliniek bij sollicitatie, valt niet in te zien op welke wijze zij vatbaar zou zijn voor chantage door haar cliënten. Eenzijdige functiewijziging niet gerechtvaardigd. Wedertewerkstelling

Werkneemster is sinds 2007 in dienst van en sinds 2012 werkzaam als GZ-agogisch Werker HBO IV in het team Forensische Verslavings Kliniek. De partner van werkneemster is gedetineerd en zit in een penitentiaire inrichting. In juni 2012 is onderzoek geweest naar de betrokkenheid van werkneemster bij het binnensmokkelen van Ritalin-pillen door haar partner in de penitentiaire inrichting. Vast is komen te staan dat werkneemster hierbij niet betrokken is geweest. Mede gelet op het incident in juni, heeft werkgever in juli 2012 besloten werkneemster over te plaatsen naar een reguliere verslavingskliniek (waar zij een andere functie vervult). Thans vordert werkneemster wedertewerkstelling in haar oude functie.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Van een wijziging van omstandigheden op het werk is in dit geval geen sprake, zodat artikel 7:611 BW geen grondslag kan bieden voor de wijziging. Van belang is dat werkneemster, toen zij begin 2012 voor haar functie solliciteerde, volledig open en transparant is geweest over haar relatie en de situatie van haar partner. Werkgever is destijds weloverwogen tot het besluit gekomen dat een en ander de aanstelling van werkneemster in de betreffende functie niet in de weg stond.

In de arbeidsovereenkomst is voorts een eenzijdig wijzigingsbeding ex artikel 7:613 BW overeengekomen. Ook het beroep op artikel 7:613 BW faalt. Werkgever heeft aangevoerd dat werkneemster chantabel zou zijn en gemakkelijk onder druk gezet zou kunnen worden door haar cliënten, indien deze cliënten haar partner kennen uit het justitiële circuit. Niet valt in te zien op welke wijze werkneemster vatbaar zou zijn voor chantage, omdat zij naar werkgever en de ketenpartners te allen tijde open en transparant is geweest over haar relatie en de situatie van haar partner. Ook het risico op manipulatie of het onder druk zetten door de kennissen van de partner van werkneemster lijkt om die reden beperkt. Binnen het reguliere instructierecht van werkgever zijn voldoende andere maatregelen denkbaar, zoals strikte regels over de handelswijze van werkneemster in situaties waarin zij geconfronteerd wordt met een kennis van haar partner. Volgt toewijzing van de vordering tot wedertewerkstelling.