Rechtspraak
X/Y
Aan Y is op grond van de AWBZ een persoonsgebonden budget (PGB) toegekend. X en Y hebben een affectieve relatie en zijn in verband met het PGB een arbeidsovereenkomst aangegaan. Op 10 september 2012 heeft X zich ziek gemeld. De arbodienst heeft vastgesteld dat X onvoldoende meewerkt aan verzuimbegeleiding. De arbeidsovereenkomst is per 10 november 2012 met wederzijds goedvinden beƫindigd. Thans vordert X onder meer achterstallig loon van 1 november 2012 tot 10 november 2012.
De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Niet in geschil is dat de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden is beƫindigd per 10 november 2012. Daarbij is afgesproken dat Y tot het einde van het dienstverband salaris verschuldigd is aan X. Y betwist gemotiveerd dat X aanspraak kan maken op loonbetaling over die periode. Geoordeeld wordt dat X onvoldoende heeft meegewerkt aan begeleiding tijdens ziekte, zodat een uitsluitingsgrond ex artikel 7:629 lid 3 BW van toepassing is. De loonvordering wordt derhalve afgewezen.