Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Stichting Katholieke Universiteit
Rechtbank Oost-Nederland, 15 januari 2013
ECLI:NL:RBONE:2013:BY9269

werkneemster/Stichting Katholieke Universiteit

Ontbindende voorwaarde bij niet verkrijgen van bewijs van gelijkstelling van Duits diploma operatieassistente. Voorwaarde kan op grond van de wet onmogelijk worden vervuld en is in strijd met het gesloten stelsel van het ontslagrecht

Werkneemster is in 2009 in dienst getreden van het UMC als operatieassistente. Bij indiensttreding is haar het volgende schriftelijk bevestigd. ‘De arbeidsovereenkomst wordt aangegaan onder de voorwaarde dat u binnen 6 maanden na indiensttreding bij het UMC St. Radboud een bewijs van gelijkstelling van uw Duitse diploma als Fachkrankenschwester für den Operationsdienst door het College Ziekenhuis Opleidingen kunt overhandigen aan uw leidinggevende. Tot de datum van gelijkstelling werkt u onder supervisie. Voor de volledigheid wil ik hierbij vermelden dat u arbeidsovereenkomst ontbonden kan worden als het genoemde bewijs niet voor de aangegeven datum overhandigd is.’ Werkneemster heeft, nadat bleek dat zij niet voor gelijkstelling in aanmerking kwam, het ingezette opleidingstraject niet voor 1 december 2012 afgerond. Het UMC stelt dat de arbeidsovereenkomst daarom per die datum eindigt. Werkneemster betwist dit en heeft een loonvordering ingesteld.

De kantonrechter oordeelt als volgt. In de brief is geen ontbindende voorwaarde opgenomen. Het UMC doelt op het indienen van een ontbindingsverzoek indien geen bewijs van gelijkstelling wordt verkregen. Als voorwaarde in de brief is gesteld dat werkneemster een bewijs van gelijkstelling binnen zes maanden na indiensttreding moet overhandigen. Dit is echter een voorwaarde die nimmer vervuld had kunnen worden. Ingevolge de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties kan een dergelijk bewijs alleen verlangd worden bij een gereglementeerd beroep, waaraan het beroep operatieassistent niet voldoet. Dit betekent dat sprake is van een onmogelijke voorwaarde, die krachteloos is. Onder verwijzing naar het arrest HR 2 november 2012 (zie AR 2012-0966) wordt bovendien geoordeeld dat de onderhavige ontbindende voorwaarde niet te verenigen is met het wettelijk stelsel van het ontslagrecht. De stelling dat werkneemster zou hebben ingestemd met beëindiging van de arbeidsovereenkomst indien zij de opleiding niet zou halen, wordt niet gevolgd. Volgt toewijzing van de loonvordering.