Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15 januari 2013
ECLI:NL:GHARL:2013:BZ1981
werknemer/Nano Technology Instruments Europe B.V.
Werknemer is op 1 april 2005 in dienst getreden van NTI als statutair bestuurder. Bij besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders van NTI van 15 januari 2007 is werknemer met onmiddellijke ingang als statutair bestuurder ontslagen en is de arbeidsovereenkomst tussen NTI en werknemer met onmiddellijke ingang beëindigd. Aanleiding hiertoe was een vertrouwensbreuk. Zo zou werknemer een ‘vriendje’ een arbeidsovereenkomst hebben gegeven met een gegarandeerde ontslagvergoeding, was sprake van tegenstrijdig belang, heeft werknemer de medeaandeelhouders als bestuurder doen uitschrijven uit het handelsregister en vervolgens merknaam/logo in spoedprocedure gedeponeerd, concurrerende activiteiten ontplooid en werknemers in dienst genomen voor de verbouwing van zijn eigen huis. Volgens werknemer is sprake van een kennelijk onredelijke opzegging. NTI vordert in reconventie schade wegens ernstig verwijtbaar gedrag van werknemer als bestuurder (artikel 2:9 jo. artikel 6:162 BW).
Het hof oordeelt als volgt. Naar het oordeel van het hof is geen sprake van een kennelijk onredelijk ontslag. Werknemer heeft het conflict tussen NTI en de moedermaatschappij laten escaleren. Voorts is voldoende aangetoond dat sprake is van een tegenstrijdig belang. De vorderingen uit hoofde van zijn arbeidsovereenkomst falen, aangezien deze nietig zijn (want niet conform de statuten door de AVA opgesteld, maar door hemzelf).
De vorderingen in reconventie worden grotendeels toegewezen. Naar het oordeel van het hof heeft NTI – op wie in dit verband de stelplicht en bewijslast rust – onvoldoende gesteld om de aanwezigheid van een (indirect) tegenstrijdig belang in de zin van artikel 2:256 BW van werknemer bij de aanstelling van X onder de genoemde voorwaarden aanwezig te achten. De enkele omstandigheid dat tussen werknemer en X ten tijde van diens aanstelling vriendschappelijke contacten bestonden, is hiertoe onvoldoende. Dat – tegenover de andersluidende stellingen van werknemer – de positie van X bij KPN die hij heeft opgegeven voor zijn overstap naar NTI evenals diens vaardigheden zijn aanstelling onder de overeengekomen arbeidsvoorwaarden niet rechtvaardigden, heeft NTI onvoldoende onderbouwd zodat het hof hieraan voorbijgaat. Evenmin acht het hof bewezen dat sprake is van profiteren van wanprestatie van X.