Naar boven ↑

Rechtspraak

F. van Lanschot Bankiers N.V./werknemer
Rechtbank Oost-Brabant, 8 februari 2013
ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ2683

F. van Lanschot Bankiers N.V./werknemer

Ontbindingsverzoek wegens bedrijfseconomische redenen houdt geen verband met chronische ziekte of OR-lidmaatschap van financieel planner. Van Lanschot heeft zich onvoldoende ingespannen om werknemer, conform het sociaal plan, een passende functie aan te bieden. Vergoeding € 190.000

Werknemer is sinds 2001 in dienst van Van Lanschot als Financieel Planner. Thans verzoekt Van Lanschot ontbinding wegens bedrijfseconomische redenen. Werknemer beroept zich onder meer op het opzegverbod bij chronische ziekte en het opzegverbod wegens OR-lidmaatschap.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Nu beide partijen voorzetting van de arbeidsovereenkomst niet zien zitten, wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden. De bedrijfseconomische noodzaak voor de reorganisatie is door Van Landschot voldoende onderbouwd. Ook is melding gedaan van het collectief ontslag en het afspiegelingsbeginsel is op de juiste wijze toegepast. Werknemer heeft niet aannemelijk gemaakt dat Van Lanschot vanwege zijn chronische ziekte pancreatitis om beëindiging van de arbeidsovereenkomst verzoekt. Een neutrale behandeling die een persoon met chronische ziekte bijzonder treft is op grond van artikel 3 lid 2 WGBH/CZ geoorloofd als die objectief wordt gerechtvaardigd met een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn. Het doorvoeren van een reorganisatie op grond van bedrijfseconomische redenen is zo’n legitiem doel, en het overeenkomstig het afspiegelingsbeginsel ontslaan van de werknemers die daarvoor in aanmerking komen is een passend middel om dat doel te bereiken. Gelet daarop is er ook geen sprake van een opzegverbod in verband met indirect onderscheid. Ook houdt het ontbindingsverzoek geen verband met het OR-lidmaatschap.

Dat alles laat onverlet dat Van Lanschot zich niet voldoende heeft ingespannen om werknemer een passende functie aan te bieden. Het sociaal plan voorziet erin dat interne vacatures eerst gedurende een week exclusief worden aangeboden aan boventallige medewerkers, dat altijd een gesprek plaatsvindt om de geschiktheid te beoordelen en dat de boventallige medewerker voorrang heeft. Aan die voorwaarden heeft Van Lanschot in meerdere door werknemer genoemde gevallen niet voldaan. Er wordt een vergoeding toegekend van € 190.000 bruto.