Rechtspraak
werknemer/FNV Bondgenoten
Werknemer is in dienst van FNV Bondgenoten. Werknemers van FNV Bondgenoten zijn uit hoofde van hun dienstverband lid van FNV Bondgenoten. Leden van FNV Bondgenoten hebben recht op kosteloze rechtsbijstand op een aantal rechtsgebieden, waaronder arbeidsrecht. Indien sprake is van een geschil met FNV dan schrijven de algemene voorwaarden voor dat werknemer recht heeft op rechtsbijstand bij een bij naam genoemd advocatenkantoor. Werknemer heeft zich evenwel gewend tot een ander kantoor. De centrale vraag is of FNV de kosten hiervan dient te dragen. Werknemer meent van wel en heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat FNV Bondgenoten zich, door werknemer te verplichten om rechtshulp af te nemen bij een door haar aangewezen advocatenkantoor, niet als goed werkgever gedraagt en dat FNV Bondgenoten op grond van een redelijke uitleg van de lidmaatschapsvoorwaarden gehouden is om zijn advocaatkosten te vergoeden. Verder betoogt werknemer, onder verwijzing naar artikel 4 lid 1 sub b EG-richtlijn 87/344 en de uitspraak van het Hof van Justitie van 10 september 2009 (Erhard Eschig/Uniqa Sachversicherung AG), dat FNV Bondgenoten het recht op vrije advocatenkeuze moet respecteren.
Het hof oordeelt als volgt. In het kader van de ontvankelijkheid van de kantonrechter, verwerpt het hof het betoog van werknemer dat de aanspraak op rechtshulp, doordat hij uit hoofde van zijn arbeidsovereenkomst verplicht lid is van FNV Bondgenoten, onderdeel is gaan uitmaken van de arbeidsovereenkomst en het dus in feite een arbeidsrechtelijk geschil betreft. Voorts leidt de omstandigheid dat deze regels en voorzieningen voor werknemers een aanvullende, van de voor andere leden geldende regeling afwijkende, regeling bieden, er niet toe dat een geschil over de aanspraken op grond van die regels en voorzieningen een arbeidsrechtelijke kwestie is. Artikel 7:611 BW ziet op de uitvoering van de arbeidsovereenkomst. Nu de aanspraken waarop werknemer zich beroept voortvloeien uit de lidmaatschapsovereenkomst en niet uit arbeidsovereenkomst, faalt het door werknemer gedane beroep op goed werkgeverschap. Overigens is het hof van oordeel dat het gegeven dat partijen tevens (ex-)werkgever en (ex-)werknemer van elkaar zijn, wel een inkleuring kan geven aan de toepassing van verenigingsrechtelijke regels in hun verhouding van vereniging tot lid.
Wat de verplichte advocaatkeuze betreft, overweegt het hof als volgt. FNV Bondgenoten heeft als vereniging te maken met financiële beperkingen, zoals een plafond voor de maximaal voor vergoeding in aanmerking komende advocaatkosten, en heeft in dat kader kennelijk tariefafspraken met Zumpolle Advocaten gemaakt. FNV Bondgenoten heeft er dan ook een gerechtvaardigd (financieel) belang bij dat de zaken die zij aan een advocaat uitbesteedt, bij dat kantoor worden uitbesteed. Dat staat haar als vereniging vrij en is als zodanig immers een verenigingsbeslissing. Bezwaren tegen verenigingsbeslissingen en de door de vereniging gemaakte keuzes kunnen door een lid als werknemer binnen de vereniging en overeenkomstig het verenigingsrecht aan de orde worden gesteld. Nu daarvan niet is gebleken, mag FNV Bondgenoten van de toepasselijkheid van deze regels uitgaan. Van een verplichting om rechtsbijstand af te nemen bij een door FNV Bondgenoten aangewezen advocaat is geen sprake, het is slechts een service die FNV Bondgenoten aan werknemer als lid, tevens werknemer, biedt.
Ten slotte betoogt werknemer dat FNV Bondgenoten materieel gezien moet worden beschouwd als een rechtsbijstandsverzekeraar, zodat hij op grond van artikel 4:67 Wft en/of artikel 4 van de Richtlijn 87/344/EG een recht op vrije advocaatkeuze heeft. Hij verwijst in dat verband naar de uitspraak van het Hof van Justitie van 10 september 2009 in de zaak van Erhard Eschig tegen Uniqa Sachversicherung AG. Ingevolge die uitspraak heeft een verzekerde op grond van de betrokken rechtsbijstandsverzekering recht op vrije advocaatkeuze. Het hof is echter met de rechtbank van oordeel dat FNV Bondgenoten geen rechtsbijstandsverzekeraar is en daarmee ook niet gelijk is te stellen, zodat werknemer geen beroep op artikel 4:67 Wft en/of artikel 4 van de Richtlijn 87/344/EG toekomt. Artikel 2 van de Richtlijn 87/344/EG definieert een rechtsbijstandsverzekering als volgt: ‘een rechtsbijstandsverzekering voorziet erin dat tegen betaling van een premie de verbintenis wordt aangegaan om de kosten van gerechtelijke procedures te dragen en andere diensten te verlenen die voortvloeien uit de door de verzekering geboden dekking.’ De voorziening die FNV Bondgenoten biedt, voldoet niet aan die omschrijving. FNV Bondgenoten is een (vak)vereniging en behartigt de maatschappelijke belangen van haar leden. Vakverenigingen verlenen sinds jaar en dag diensten, waaronder juridische diensten, aan hun leden en het recht daarop is inherent aan de lidmaatschapsverhouding. De vergoeding die de leden betalen ligt besloten in hun contributie en deze is niet als een premie uit hoofde van een rechtsbijstandsverzekering te beschouwen.