Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting GGZ Noord-Holland-Noord/werknemer
Rechtbank Noord-Holland, 18 december 2012
ECLI:NL:RBALK:2012:BZ6085

Stichting GGZ Noord-Holland-Noord/werknemer

Sociaal psychiatrisch verpleegkundige misbruikt zijn positie als behandelaar door ten laste van bankrekening cliënte ongeoorloofde uitgaven ten behoeve van zichzelf te doen, regelmatig bedragen ten behoeve van zichzelf te pinnen en grote bedragen naar zijn eigen bankrekening over te maken. Voorwaardelijke ontbinding wegens een dringende reden

Werknemer is sinds 31 augustus 1981 bij (de rechtsvoorgangers van) GGZ in dienst als sociaal psychiatrisch verpleegkundige. Werknemer is in zijn werk als case manager coördinerend behandelaar van patiënten van GGZ. Nadat een cliënte in 2010 door werknemer is uitgeschreven bij GGZ, is werknemer haar als mantelzorger blijven begeleiden. Op 21 juni 2012 is werknemer op staande voet ontslagen. Aan het ontslag legt GGZ ten grondslag dat werknemer misbruik heeft gemaakt van zijn positie als senior psychiatrisch verpleegkundige en als hulpverlener, hij zich heeft laten machtigen als medebankpashouder voor de bankrekening van cliënte, fraude heeft gepleegd met de bankpas, cliënte zonder toestemming bij GGZ heeft uitgeschreven en zich ten onrechte blijft uitgeven als behandelaar van GGZ. Thans verzoekt GGZ voorwaardelijke ontbinding.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit de door GGZ overgelegde overzichten blijkt dat opmerkelijk hoge betalingen zijn verricht in supermarkten, bij tankstations en bij winkels en dat die betalingen (deels) betrekking hadden op zaken waarvan niet aannemelijk is dat cliënte die nodig had. Ter zitting heeft werknemer erkend dat hij met de bankpas van cliënte zaken voor zichzelf heeft gekocht en heeft getankt. Een redelijke verklaring daarvoor heeft werknemer niet gegeven. De betaalde benzinekosten staan immers in geen verhouding tot de reiskosten die werknemer heeft gemaakt voor cliënte, hetgeen werknemer eveneens heeft erkend. Dat werknemer pinopnames geheel of ten dele ten goede van zichzelf heeft gebruikt, is eveneens voldoende aannemelijk geworden. Bovendien heeft werknemer grote geldbedragen van cliënte naar zichzelf overgeboekt en deze pas maanden later (grotendeels) terugbetaald. Dat cliënte hier toestemming voor had gegeven, heeft werknemer niet onderbouwd en doet aan het verwijtbare van zijn handelen niet af. Werknemer heeft zijn positie als behandelaar bewust misbruikt. De gedragingen van werknemer zijn dermate verwijtbaar dat dit op zich al een dringende reden voor ontslag oplevert. Voor zover werknemer heeft aangevoerd dat zijn verwijtbare handelen niet in relatie staat tot zijn arbeidsovereenkomst met GGZ, miskent hij dat dit handelen reeds is begonnen in de tijd dat hij namens GGZ de behandelaar van cliënte was. Volgt voorwaardelijke ontbinding wegens een dringende reden.