Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Noord-Nederland, 3 april 2013
ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ7121

werknemer/werkgever

Loonstop arbeidsongeschikte werknemer die weigert passende arbeid te verrichten ziet op het volledige loon en niet slechts op de uren waartoe de werknemer in staat wordt geacht passende arbeid te verrichten

Werknemer is sinds 2006 voor 40 uur per week werkzaam als horecamedewerker in een coffeeshop. Op 12 april 2012 heeft hij zich ziek gemeld als gevolg van beperkingen en daardoor verminderde belastbaarheid van de voeten en schouders. De bedrijfsarts heeft vastgesteld dat werknemer voor twee uur per dag passend werk kan verrichten. Werkgever heeft de loondoorbetaling gestopt, omdat werknemer weigert het werk voor twee uur per dag te hervatten. Thans is tussen partijen in geschil of het stopzetten van de loondoorbetaling ex artikel 7:629 lid 3 sub c BW alleen betrekking heeft op de uren waartoe werknemer in staat werd geacht passend werk te verrichten (standpunt werknemer) of dat het stopzetten van de loondoorbetaling ziet op het volledige loon (standpunt werkgever).

Onder verwijzing naar de memorie van toelichting bij de Wulbz (Kamerstukken 1995/96, 24 439, nr. 3) oordeelt de kantonrechter dat volledige beëindiging van de loonbetaling voor de periode wanneer een werknemer weigert re-integratief werk te verrichten de hoofdregel is (tenzij dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is). Uit de wet blijkt niet dat de loonstop betrekking heeft op het aantal uren waartoe een werknemer in staat wordt geacht passend werk te verrichten maar dit weigert. De wet spreekt over de tijd gedurende welke de werknemer de passende arbeid niet verricht en met het woord ‘tijd’ wordt, mede gezien de andere in het artikel omschreven gevallen, bedoeld: de periode waarin het gedrag van de werknemer plaatsvindt. Wanneer de loonstop slechts betrekking zou hebben op het aantal uren waartoe een werknemer in staat werd geacht passend werk te verrichten maar dit heeft geweigerd, zou de sanctie voor een belangrijk deel zijn effect zou verliezen. De sanctie van loonstopzetting heeft immers als doel de werknemer te prikkelen om te gaan werken opdat hij zo snel mogelijk volledig hersteld zal zijn. Werkgever was gerechtigd de loonbetaling volledig te stoppen voor de periode vanaf 27 december 2012 waarin werknemer weigerde passende re-integratiewerkzaamheden te verrichten. Omstandigheden die meebrengen dat het vervallen van het recht op doorbetaling van loon in het onderhavige geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, zijn niet gebleken. Volgt afwijzing van de loonvordering.