Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgever/werkneemster
Rechtbank Noord-Nederland, 12 maart 2013
ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ7947

werkgever/werkneemster

Matiging loonvordering tot loon over drie maanden na nietig proeftijdontslag. Wanverhouding tussen gewerkte periode en loonperiode

Vervolg tussenvonnis. Werkneemster is ten onrechte tijdens de proeftijd ontslagen, omdat geen rechtsgeldige proeftijd is overeengekomen. Zij heeft een loonvordering ingesteld over dertien maanden, terwijl zij nog geen drie weken heeft gewerkt. Werkgeefster heeft verzocht de loonvordering te matigen.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Toewijzing van de gehele vordering zou leiden tot een wanverhouding tussen de gewerkte periode en de loonperiode. Daarbij komt dat werkneemster vanaf oktober 2010 in haar eigen kapsalon is gaan werken en dat zij deze weer langzaam aan is gaan uitbouwen. Aannemelijk is dat werkgeefster als gevolg van privéproblemen (een echtscheiding) vrijwel geen bezittingen meer heeft en veel schulden. De twee kapperszaken die werkgeefster had, heeft zij niet meer. De loonvordering wordt gematigd tot drie maanden. Bovendien dient werkneemster met terugwerkende kracht te worden aangemeld bij de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het kappersbedrijf.