Rechtspraak
werknemer/werkgever
Werknemer (thans 53 jaar) is op 1 juli 1996 als ‘algemeen medewerker’ in dienst getreden bij ‘Grillbar Sphinx’. Omstreeks 1 september 2011 heeft de toenmalige eigenaar van het restaurant in verband met zijn gezondheidssituatie zijn activiteiten in het restaurant gestaakt. Het UWV heeft geen ontslagvergunning afgegeven, omdat inmiddels sprake zou zijn van een overname van het restaurant en de voormalige werkgever niet of weinig inspanning had verricht werknemer te herplaatsen. Op 29 september 2011 heeft de eigenaar het restaurant verkocht aan werkgever. Het nieuwe restaurant is op 20 februari 2012 geopend. De centrale vraag in deze procedure is of sprake is van een overgang van onderneming.
Het hof oordeelt als volgt. Er is sprake van behoud van identiteit. Alle voor een horeca-onderneming relevante activa (pand, inventaris, voorraden, naam) zijn overgedragen. Werkgever maakt na de overdracht ook gebruik van deze activa, hanteert bovendien een nagenoeg gelijke kaart en heeft voorts, net als de voormalige eigenaar had, een bezorgdienst. Dat de activiteiten tijdelijk zijn onderbroken, doet, anders dan werkgever meent, niet af aan dit oordeel. Een tijdelijke onderbreking van de activiteiten staat niet in de weg aan de conclusie dat sprake is van de overgang van een onderneming (vgl. HvJ EG 17 december 1987, NJ 1989, 674). Daarbij overweegt het hof dat werkgever al in november 2011, dus ruim twee maanden na de sluiting van het restaurant, activiteiten is gaan ontwikkelen die gericht waren op de heropening van het restaurant. Verbouwing van de keuken en het restaurant hielden niet meer in dan aanpassing aan de tijd. Dit is onvoldoende om van verlies van identiteit te spreken. Het feit dat de voormalige eigenaar werkgever gegarandeerd heeft dat ten tijde van de overname geen werknemers meer in dienst zouden zijn, kan werkgever niet aan werknemer tegenwerpen. Het staat hem vrij de voormalige eigenaar op deze garantiebepaling aan te spreken.