Naar boven ↑

Rechtspraak

X c.s./werkgeefster
Rechtbank Rotterdam, 26 maart 2013
ECLI:NL:RBROT:2013:BZ9985

X c.s./werkgeefster

Afwijzing in kort geding gevorderde verklaring voor recht dat non-actiefstelling medewerkers museum onrechtmatig is. Geen spoedeisend belang en rechtvaardiging voor toewijzing vordering. Afwijzing wedertewerkstelling, nu arbeidsovereenkomst op korte termijn eindigt en de arbeidsrelatie verstoord is

Werknemers X en Y zijn in dienst van een museum in de functie van hoofd bedrijfsvoering en publieks- en bedrijfsbureaumedewerker. Als gevolg van een verlaging van de subsidie door de gemeente Rotterdam heeft een reorganisatie plaatsgevonden. Na verkregen toestemming van het UWV zijn de arbeidsovereenkomsten van X en Y tegen 1 maart 2013 respectievelijk 1 april 2013 opgezegd. Een deel van de werknemers, vrijwilligers en vrienden van het museum is van mening dat de wijze waarop A leiding geeft aan het museum en het museum reorganiseert negatieve gevolgen heeft voor het voortbestaan van het museum. In dit kader is een actiecomité opgericht, waarvan X de aanvoerster is en Y deel uitmaakt. Vanwege het veroorzaken van onrust op de werkvloer zijn X en Y begin februari 2013 op non-actief gesteld. Thans vorderen X en Y een verklaring voor recht dat de schorsing onrechtmatig is. De arbeidsovereenkomst van X is nog niet geëindigd, zodat zij recht heeft op wedertewerkstelling.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Volgens vaste jurisprudentie (HR 2 april 1976, NJ 1977, 361) is het de rechter in kort geding niet toegestaan een als bindend bedoelde uitspraak omtrent de rechtsverhouding tussen partijen te geven. Een voorlopige verklaring voor recht heeft naar zijn werking min of meer definitieve gevolgen en mist het karakter van een ordemaatregel, hetgeen een uitspraak in kort geding in het kader van een belangenafweging is. Voorshands oordelend bestaat geen spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening en een rechtvaardiging voor toewijzing van de vordering ontbreekt. De gevorderde voorlopige verklaring voor recht wordt derhalve afgewezen. De gevorderde wedertewerkstelling van X wordt ook afgewezen. Als gevolg van hetgeen de afgelopen maanden tussen partijen is voorgevallen, is de vereiste vruchtbare basis voor verdere samenwerking komen te ontbreken. Bovendien eindigt de arbeidsovereenkomst per 1 april 2013. Tot slot dient de vraag te worden beantwoord of het museum gehouden is tot het door middel van een memo meedelen van deze uitspraak aan de werknemers, vrijwilligers en vrienden van het museum. Aangezien het museum reeds zelf heeft aangegeven te zullen voldoen aan deze vordering, wordt deze vordering toegewezen.