Rechtspraak
Rechtbank Gelderland, 28 mei 2013
ECLI:NL:RBGEL:2013:CA1211
X c.s./Stichting Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
Drie werknemers zijn in dienst van de Stichting Hogeschool Arnhem en Nijmegen (hierna: HAN) als hoofddocent. Op 25 maart 2013 zijn deze werknemers na een klacht van een student geschorst. De HAN heeft een onderzoeksbureau ingeschakeld. Naar aanleiding van het onderzoeksrapport zijn de docenten op 7 mei 2013 op staande voet ontslagen. Hieraan worden de volgende gedragingen ten grondslag gelegd: niet-objectief handelen jegens studenten, onderscheid maken tussen vrouwelijke studenten en mannelijke studenten of tussen andere groepen, vermenging van zakelijk en privé jegens studenten en ongewenst gedrag en grensoverschrijdende intimiteiten in de relatie docent/student. Thans beroepen de docenten zich op de vernietigbaarheid van het ontslag. Zij vorderen loondoorbetaling en wedertewerkstelling.
De kantonrechter is voorshands van oordeel dat geen sprake is van een dringende reden die het ontslag op staande voet van de docenten rechtvaardigt. Niet alle in de drie ontslagbrieven geconstateerde feiten en omstandigheden zien op alle drie de docenten. In het kader van hun functie als hoofddocent bij de Arnhem Business School initieerden de docenten met regelmaat buitenlandse reizen. Onder medewerkers en studenten gingen geruchten rond over ‘hoerenbezoek in Moskou’, ‘sex trips’ en het bestellen van vrouwen. Weliswaar is voldoende aannemelijk dat in ieder geval docent 1 zich tijdens de reizen in het buitenland met vrouwen heeft bezighouden, maar uit de e-mailberichten kan geen onderbouwing van de genoemde geruchten worden afgeleid. Het is verder niet vanzelfsprekend dat de HAN docent 1 kan aanspreken op de omstandigheid dat hij zich tijdens buitenlandse reizen met vrouwen bezighoudt. Van belang is dat de docenten de buitenlandse reizen onbezoldigd en grotendeels in vakantietijd deden. Niet aannemelijk is dat de docenten door hun gedrag reputatieschade aan de HAN hebben toegebracht.
Voorts heeft de HAN aangevoerd dat door de docenten e-mailberichten zijn verzonden aan (ex-)studenten die beginnen met ‘Lieve’, ‘Lieverd’, ‘Darling’, ‘Hi lekker ding’, ‘Hi sweetie’ enzovoort en afsluiten met ‘Kus en hug’, ‘xxx (want ik vind je nog steeds lief)’, ‘Kisses for now’, ‘Love you’, ‘Lots of love’, ‘Hugs’, ‘A sweet hug’, ‘Knuffel’, ‘Love u daddy’. Hierbij is door de HAN geen onderscheid gemaakt tussen e-mailberichten die aan studenten zijn gestuurd of aan ex-studenten die jaren geleden zijn afgestudeerd. De docenten hebben deze splitsing in de mailcorrespondentie wel gemaakt. De toon van de docenten in deze e-mailberichten is zeker aan te merken als (wellicht te) amicaal en persoonlijk. Uit deze e-mailcorrespondentie kan naar het voorlopig oordeel zeker afgeleid worden dat zowel docent 1 als docent 2 jaren geleden intieme contacten met studentes hebben gehad. De docenten zijn vanaf de oprichting bij de internationale opleiding betrokken geweest en de HAN heeft hen jarenlang alle vrijheid gegeven om de opleiding vorm te geven en te ontwikkelen. Gelet hierop kan worden afgevraagd of de HAN niet eerder had moeten ingrijpen om de nu ontstane en volgens haar onwenselijke situatie te voorkomen. Nader onderzoek is nodig naar de vraag hoe de door de docenten geschetste cultuur binnen de ABS zich verhoudt tot de verwijten die de HAN de docenten thans over het niet in acht nemen van de professionele distantie maakt en of, en zo ja, in welke mate de HAN een verwijt treft dat zij de door de docenten geschetste cultuur al die tijd heeft laten (voort)bestaan. De loonvorderingen worden toegewezen. De HAN heeft aangekondigd te streven naar beëindiging van de arbeidsovereenkomsten, ook als het gegeven ontslag op staande voet geen stand houdt. Derhalve wordt de gevorderde wedertewerkstelling afgewezen.