Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam, 5 februari 2013
ECLI:NL:RBROT:2013:CA1942
Agens De Werkende Kracht B.V./G4S Fire & Safety B.V.
Agens houdt zich onder meer bezig met het begeleiden van mensen met een uitkering bij het vinden van passend werk. In opdracht van het UWV heeft Agens X gere-integreerd bij G4S. X stelt zich op het standpunt dat Agens en UWV onrechtmatig jegens hem hebben gehandeld bij zijn re-integratie in de functie van brandwacht bij G4S. Deze functie zou voor hem te zwaar zijn geweest, zodat X nooit in deze functie had mogen worden gere-integreerd. X heeft Agens en UWV hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor zijn schade. Thans vordert Agens van G4S op grond van artikel 843a Rv afgifte van diverse bescheiden met betrekking tot X. Het gaat onder meer om de arbeidsovereenkomst(en), correspondentie, stukken met betrekking tot beƫindiging van het dienstverband en medische stukken.
De rechtbank oordeelt als volgt. Uit de tekst van artikel 843a lid 1 Rv blijkt dat voor toewijzing van een vordering tot inzage, afschrift of uittreksel aan drie cumulatieve voorwaarden moet zijn voldaan, te weten: de eiser of verzoeker dient een rechtmatig belang te hebben; het moet gaan om bepaalde bescheiden; de bescheiden moeten betrekking hebben op een rechtsbetrekking waarin de eiser of verzoeker (of zijn rechtsvoorganger) partij is.Ā Voorshands is voldoende aannemelijk geworden dat de inhoud van de door Agens gevraagde stukken zou kunnen bijdragen aan de vaststelling van de in de appelprocedure en de mogelijk nog te entameren procedure tegen G4S relevante feiten. Ook aan de tweede voorwaarde is voldaan, nu de bescheiden voldoende concreet zijn gespecificeerd en ook voldoende duidelijk is op welke stukken wordt gedoeld. Voldoende aannemelijk is dat op dit moment tussen Agens en X een rechtsbetrekking bestaat uit hoofde van onrechtmatige daad aan de zijde van Agens ten opzichte van X, nu het Hof Den Haag heeft geoordeeld dat Agens (met UWV) onrechtmatig jegens X heeft gehandeld. Op basis van de wetsgeschiedenis (Kamerstukken II 2011/12, 33 079, nr. 3) wordt geoordeeld dat op het afschriftrecht ook een beroep kan worden gedaan jegens een derde die zelf geen partij is bij de rechtsbetrekking. Ook aan de derde voorwaarde is derhalve voldaan.
Met betrekking tot de medische stukken wordt het volgende overwogen. G4S heeft aangevoerd dat zij niet over de stukken beschikt en dat zij deze stukken op grond van het medisch geheim en de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) niet aan derden mag verstrekken. Het recht op bescherming van persoonsgegevens betreft geen absoluut recht, zodat niet zonder meer kan worden geconcludeerd dat de geheimhoudingsplicht ex artikel 12 Wbp een gewichtige reden in de zin van artikel 843a lid 4 Rv oplevert. De Wpb staat derhalve op zichzelf niet in de weg aan een beroep op artikel 843a Rv. Bovendien is het bestaan van een wettelijke verplichting tot geheimhouding op zichzelf niet voldoende een weigering om aan de verplichting tot het verstrekken van inlichtingen te voldoen, te rechtvaardigen. Van gewichtige redenen kan slechts sprake kan zijn indien in de concrete omstandigheden van het geval de belangen waarop de geheimhoudingsplicht zich richt, zwaarder wegen dan het zwaarwegende maatschappelijk belang dat in rechte de waarheid aan het licht komt. Volgens de wetsgeschiedenis is bij de gewichtige reden vooral gedacht aan vertrouwelijke gegevens waaronder medische gegevens. Hiervan is thans sprake. De gevorderde medische bescheiden hebben betrekking op X die geen partij is in het onderhavige geschil en zodoende zelf geen direct en onderbouwd verweer kan voeren tegen de vordering van Agens. G4S wordt veroordeeld tot afgifte van de op de arbeidsovereenkomst betrekking hebbende arbeidsvoorwaardelijke regelingen, correspondentie die in de ontslagvergunning staat vermeld, salarisspecificatie, eindafrekening en pensioenregeling.