Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21 mei 2013
ECLI:NL:GHARL:2013:CA2662
werkneemster/Albron CP Nederland BV
Werkneemster is per 17 april 2000 in dienst getreden van (de rechtsvoorganger van) Albron. Albron hanteert een kasreglement waarin de werkwijze is uitgeschreven en de sanctie op het onjuist registreren en onrechtmatig toe-eigenen van kasgelden, te weten: ontslag. Werkneemster heeft het kassareglement en de Code of Conduct op 16 november 2007 ondertekend. Op 9 juli 2012 wordt werkneemster op staande voet ontslagen wegens het verduisteren van kasgelden en/of het niet-naleven van het kasreglement. Albron heeft hiernaar uitvoerig onderzoek gedaan met inzet van speciale rechercheurs. In hoger beroep staat de vraag centraal of sprake is van een dringende reden en of de werkgever voldoende voortvarend heeft gehandeld.
Het hof oordeelt als volgt. Uit de feiten en omstandigheden is genoegzaam komen vast te staan dat werkneemster zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal/verduistering. De verklaringen voor de kasverschillen zijn volstrekt ongeloofwaardig, zeker gezien het feit dat werkneemster tien jaar ervaring in de horeca had (hetgeen bijvoorbeeld het opzoeken van prijzen van een biertje door aanslaan en afboeken ongeloofwaardig maakt). Ook de enorme verschillen tussen uitgeserveerd bier en aangeslagen bier (zogenoemde ‘bierwaste’) is bij werkneemster vele malen hoger dan bij anderen. Het hof acht in casu de zorgvuldige voorbereiding van de werkgever door diverse rechercheonderzoeken voldoende voortvarend, zodat de weken tussen het eindrapport en het ontslag nog steeds tot een onverwijlde opzegging leiden. Dat de gevolgen ingrijpend zijn, doet niet aan de dringende reden af.