Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 4 juli 2013
ECLI:NL:RBNNE:2013:4102
Stichting Kwadrantgroep/werknemer
Werknemer is sinds 1 juni 1989 in dienst van Kwadrantgroep, laatstelijk in de functie van lid van de raad van bestuur. Kwadrantgroep verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens een verstoorde arbeidsrelatie. Kwadrantgroep heeft een vergoeding aangeboden bestaande uit wachtgeld (conform de CAO Thuiszorg 2004), een vergoeding van € 35.800 en een tegemoetkoming in de kosten van rechtsbijstand van maximaal € 3.000.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Niet in geschil is dat de arbeidsovereenkomst op korte termijn dient te eindigen, zodat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. Ten aanzien van de vergoeding wordt het volgende overwogen. Partijen zijn het eens over de uitleg van de bepaling in de brief van 5 september 2006, waarin staat vermeld dat werknemer ‘in het geval van ontslag wegens de redenen genoemd in artikel 12 onder b en c van Bijlage III van de voorgaande arbeidsovereenkomst (…) tot 12 november 2016’ gerechtigd is tot wachtgeld conform – kort gezegd – de CAO Thuiszorg 2004. Volgens partijen dient deze bepaling aldus te worden uitgelegd dat een volledige aanspraak op wachtgeld tot het 65e jaar ontstaat in het geval Kwandrantgroep de arbeidsovereenkomst van werknemer voor 12 november 2016 opzegt. Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting blijkt dat partijen onder ogen zien dat de overgangsregeling van de op 1 januari 2013 in werking getreden Wet normering bezoldiging topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector (WNT), mogelijk eraan in de weg staat dat na 1 januari 2017 uitbetaling plaatsvindt van voornoemd wachtgeld, omdat op die datum de in de WNT genoemde grens van € 75.000 bruto zal zijn overschreden. Kwadrantgroep verzoekt de kantonrechter toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 1.6 WNT, waarin – kort gezegd – staat vermeld dat bovenwettelijke uitkeringen onverschuldigd zijn betaald, tenzij de betaling voortvloeit uit een rechterlijke uitspraak.
De kantonrechter wijst dit verzoek af. De WNT staat er niet aan in de weg dat een hogere vergoeding wordt toegekend dan € 75.000. Nu partijen ter terechtzitting hebben aangegeven dat zij afgesproken hebben dat zij zich niet uitlaten over de omstandigheden die tot de verzochte ontbinding hebben geleid, kan de kantonrechter niet inhoudelijk beoordelen of de billijkheid in de onderhavige situatie klaarblijkelijk eist dat een vergoeding wordt toegekend zoals verzocht. De kantonrechter is weliswaar niet gebonden aan de WNT, maar aan deze wettelijke regeling dient wel een zekere reflexwerking te worden toegekend. Niet in geschil is dat werknemer in beginsel de keus heeft tussen toepassing van voornoemde wachtgeldregeling dan wel toepassing van artikel 10 van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter kan er mitsdien vanuit gaan dat Kwadrantgroep zich gebonden acht de met werknemer overeengekomen wachtgeldregeling, dan wel de in de arbeidsovereenkomst opgenomen contractuele afvloeiingsregeling na te komen. Indien Kwadrantgroep vorenbedoelde regeling(en) niet nakomt, staat het werknemer vrij in een aparte procedure de nakoming daarvan te vorderen. Volgt ontbinding onder toekenning van een vergoeding van € 35.800 en een vergoeding van maximaal € 3.000 als tegemoetkoming in de kosten van rechtsbijstand.