Rechtspraak
FNV Bondgenoten/X
X, een autodealer heeft circa 750 werknemers in dienst. X is gebonden aan de CAO Motorvoertuigbedrijf. In artikel 59 van de cao is bepaald dat in de maand april 2013 een eenmalige uitkering wordt betaald van 1,5% of drie werkgelegenheidsdagen (24 uur) worden toegekend. X heeft haar medewerkers gevraagd af te zien van de werkgelegenheidsdagen. Via een link op het intranet van X kunnen medewerkers er voor kiezen afstand te doen van de werkgelegenheidsdagen. FNV stelt zich op het standpunt dat X hiermee in strijd handelt met de cao en vordert, kort gezegd, naleving van de cao.
De kantonrechter oordeelt als volgt: FNV stelt terecht dat een beding in de arbeidsovereenkomst tussen X en werknemer dat strijdig is met de cao met nietigheid bedreigd wordt. Vast staat dat de cao een minimum-cao is, waarvan alleen ten gunste van de werknemer kan worden afgeweken. Dat de werknemers zich via een intranetpagina akkoord verklaren met het afzien van de dagen is in wezen gelijk te stellen met een beding in de arbeidsovereenkomst om af te zien. Dit is niet in hun voordeel en dus nietig, ook als het om een voorwaardelijk afstand doen gaat en X de werknemers de gelegenheid geeft op hun aanvankelijke instemming terug te komen. Een nietig beding kan niet worden ‘geheeld’. Het verweer van X dat zij in het algemeen de cao volgt en zelfs op onderdelen structureel aan werknemers meer toekent dan hetgeen waarop zij volgens de cao aanspraak kunnen maken, kan haar niet baten. Volgens vaste rechtspraak blijft een beding nietig, ook al zou de nakoming van het beding in samenhang met de nakoming van andere bedingen uit de arbeidsovereenkomst er toe leiden dat per saldo (ruimschoots) het cao-niveau wordt gehaald. Niet in geding is dat FNV en X jegens elkaar gehouden zijn de bepalingen in de cao te goeder trouw na te leven. FNV kan dan ook naleving daarvan voor de werknemers van X afdwingen. De vergelijking met de situatie waarop de uitspraak HR 19 december 1997, NJ 1998, 403, die door X is aangehaald, ziet, gaat niet op, nu het in die casus niet een nietig beding betrof, maar een onjuiste toepassing van de daar aan de orde zijnde cao-bepaling. Nu het de werknemers niet vrij staat afstand te doen van de werkgelegenheidsdagen is het aannemelijk dat X wel in staat zal zijn hen deze dagen daadwerkelijk te laten opnemen. Een veroordeling daartoe kan dan ook worden uitgesproken. De vordering van FNV betreffende een voorschot op de schadevergoeding wordt afgewezen. FNV heeft slechts in algemene bewoordingen gesteld dat het gedrag van X voor haar tot schade leidt, maar heeft geen onderbouwing gegeven dat dit zich daadwerkelijk heeft voorgedaan. X betwist dit en betwist overigens het causaal verband. Toewijzing van een schadevordering in een bodemprocedure is op basis van de huidige stellingen onvoldoende aannemelijk.