Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgeefster/werknemer
Rechtbank Oost-Brabant, 5 juli 2013
ECLI:NL:RBOBR:2013:5774

werkgeefster/werknemer

Het zonder overleg met ondernemingsraad en/of vakbond outsourcen van ICT-werkzaamheden is in strijd met het goed werkgeverschap. Bedrijfseconomische omstandigheden nopen niet tot het vervallen van de functie van ICT-manager. Afwijzing ontbindingsverzoek

Werknemer is sinds 2009 in dienst, laatstelijk als ICT-manager. Als gevolg van slechte resultaten heeft werkgeefster besloten tot herstructurering van de organisatie. Besloten is om de ICT-werkzaamheden te outsourcen. Hierdoor is de functie van werknemer komen te vervallen. Voor werknemer is geen andere passende functie beschikbaar. Werknemer heeft zich op 17 april 2013 ziek gemeld met burn-out klachten. Werkgeefster verzoekt thans ontbinding van de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een vergoeding van € 22.000.

De kantonrechter oordeelt als volgt: dat sprake is van bedrijfseconomische omstandigheden die ertoe nopen dat de functie van werknemer komt te vervallen, is onvoldoende onderbouwd. De beslissing om de ICT-werkzaamheden te outsourcen is een puur eenzijdige geweest. Ondanks dat werkgeefster gezien de omvang van haar organisatie verplicht is een ondernemingsraad te hebben, heeft zij geen ondernemingsraad ingesteld. Omtrent de herstructurering heeft dan ook geen advies gevraagd kunnen worden aan de ondernemingsraad. Evenmin heeft overleg of afstemming plaatsgevonden met de vakbonden. Dit getuigt niet van goed werkgeverschap. Voorts is in het licht van het goed werkgeverschap niet begrijpelijk dat werkgeefster, ondanks dat zij in december 2012 al wist dat de ICT-werkzaamheden mogelijkerwijs geoutsourced zouden worden - waardoor de functie van werknemer zou komen te vervallen -, niet heeft gewacht met het aanstellen van een nieuwe Facility Manager, zodat werknemer die functie zou kunnen vervullen. Dit heeft te meer voor de hand gelegen nu werknemer al eerder facility-werkzaamheden heeft verricht. Verder komt de wijze van handelen van de bedrijfsarts onbegrijpelijk voor. Zij heeft kennelijk direct vastgesteld dat sprake is van een arbeidsconflict, terwijl beide partijen zich op het standpunt stellen dat daarvan geen sprake is en ook de verzekeringsarts heeft vastgesteld dat werknemer arbeidsongeschikt is. Er volgt een afwijzing van het ontbindingsverzoek.