Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 11 juli 2013
ECLI:NL:RBAMS:2013:4515
Woningstichting Rochdale/werknemer
Werknemer (49 jaar) is sinds 2001 in dienst van Rochdale als schilder. In 2011 is een nieuwe gedragscode aan werknemer toegezonden, waarin onder meer staat dat uitgangspunt is dat geen geld, goederen of diensten worden aangenomen van derden en dat uitzonderingen dienen te worden besproken met de leidinggevende. Werknemer heeft de code voor gezien ondertekend. Werknemer is op 26 april 2013 op staande voet ontslagen wegens het in ontvangst nemen van actie-artikelen van een verfleverancier (diverse televisies, iPads, spelcomputers en een scooter). Het niet doorrekenen van de met Rochdale overeengekomen korting van 30% hield verband met de levering van actie-artikelen aan werknemer. Werknemer beroept zich op de vernietigbaarheid van het ontslag. Thans verzoekt Rochdale voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair wegens een dringende reden.
De kantonrechter oordeelt als volgt: Rochdale heeft het voorwaardelijk ontbindingsverzoek in wezen gebaseerd op dezelfde omstandigheden als die waarop zij het ontslag op staande voet baseerde. In dat geval dient de vraag of die omstandigheden een dringende reden als bedoeld in artikel 7:677 lid 1 BW hebben opgeleverd in het algemeen niet in een voorwaardelijke ontbindingsprocedure beantwoord te worden, maar in een dagvaardingsprocedure. Tegenstrijdige uitspraken worden daardoor voorkomen. Tegen een uitspraak in een dergelijke dagvaardingsprocedure staat, anders dan bij een procedure ex artikel 7:685 BW, hoger beroep open.
In dit geval is de goede verstandhouding tussen partijen is verstoord, zodat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens veranderingen in omstandigheden. Vast staat dat werknemer geruime tijd waardevolle goederen ten geschenke gekregen heeft als beloning voor de bestellingen die hij namens Rochdale deed voor verfproducten van het merk Relius. Hij moet zich gerealiseerd hebben dat de kosten daarvan op een of andere manier voor rekening van Rochdale kwamen en mocht dat niet zo zijn, in elk geval dat het aannemen van deze geschenken apert in strijd was met de verplichtingen die voor hem uit de arbeidsovereenkomst en de gedragscode van Rochdale voortvloeiden en waarvan de nakoming door hem en de andere werknemers voor Rochdale gezien het verleden van groot belang was. Op gronden van billijkheid komt aan werknemer ten laste van Rochdale in de gegeven omstandigheden een bescheiden vergoeding (€ 10.000) toe, gelet op de duur van het dienstverband, het feit dat hij op zichzelf genomen zijn werk kennelijk goed heeft verricht, de hoogte van zijn loon, zijn leeftijd, waardoor hij in deze huidige tijd niet gemakkelijk weer aan de slag zal komen en het feit zoals in deze procedure veronderstellenderwijs aangenomen moet worden, dat hij ten onrechte op staande voet ontslagen is.