Rechtspraak
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 25 juni 2013
ECLI:NL:OGHACMB:2013:10
Universiteit van de Nederlandse Antillen te vernoemen tot Universiteit van Curaçao/werknemer
Werknemer betoogt dat de besluiten om hem te ontslaan uit de functies van onderscheidenlijk rector magnificus en wetenschappelijk hoofdmedewerker van de Universiteit van de Nederlandse Antillen geen beschikkingen in de zin van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) zijn, waartegen beroep bij de administratieve rechter openstaat, maar beëindiging van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, waartegen bij de civiele rechter kan worden opgekomen. Daartoe betoogt hij dat de UNA met hem een arbeidsovereenkomst heeft gesloten in de functie van wetenschappelijk hoofdmedewerker. Voorts is door de UNA met hem ter zake van zijn benoeming als rector magnificus een overeenkomst van opdracht gesloten. Voorts is de UNA een verzelfstandigde organisatie die weliswaar ooit deel uitmaakte van de overheid, maar nadien op afstand van haar is geplaatst. Volgens werknemer is sinds de verzelfstandiging van de UNA geen sprake meer van een ambtelijke aanstelling van haar personeel. In dit verband wijst hij erop dat sinds november 2007 een collectieve arbeidsovereenkomst voor het personeel van de UNA geldt. Ten slotte betoogt werknemer dat, voor zover besluiten om hem uit de functies van rector magnificus en wetenschappelijk hoofdmedewerker te ontslaan wel beschikkingen zijn, deze zijn gegeven ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling, zodat daartegen geen beroep openstaat.
Het Gemeenschappelijk Hof oordeelt als volgt. Bij schriftelijk besluit van 3 februari 2003 heeft de rector magnificus werknemer krachtens artikel 15 lid 1 van de Landsverordening Universiteit Nederlandse Antillen (Luna) in vaste dienst benoemd in de functie van wetenschappelijk hoofdmedewerker. Bij ongedateerd schriftelijk besluit heeft de raad van toezicht werknemer krachtens artikel 7 lid 4 van de Luna per 21 juni 2010 in de functie van rector magnificus benoemd. Bij schriftelijk besluit van 25 augustus 2011 heeft de raad van toezicht van de Universiteit van Curaçao werknemer krachtens artikel 7 lid 4 van de Luna wegens gewichtige redenen uit de functie van rector magnificus ontslagen. Bij schriftelijk besluit van dezelfde dag heeft de waarnemend rector magnificus werknemer krachtens artikel 15 van de Luna uit de functie van wetenschappelijk hoofdmedewerker ontslagen. Voormelde besluiten betreffen de op rechtsgevolg gerichte uitoefening door bestuursorganen van hun in het publiekrecht geregelde bevoegdheid, niet de uitoefening van enige privaatrechtelijke bevoegdheid. Het zijn derhalve beschikkingen in de zin van artikel 3 lid 1 van de Lar. Het betoog van werknemer dat het beschikkingen betreft ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling faalt, nu benoeming en ontslag uit die beschikkingen rechtstreeks voortvloeien en geen privaatrechtelijke rechtshandeling nodig is om die rechtsgevolgen te doen intreden. Tegen de beschikkingen, waarbij werknemer is ontslagen als rector magnificus en wetenschappelijk hoofdmedewerker, kan, nu daartegen geen beroep bij een andere administratieve rechter kan of kon worden ingesteld, krachtens artikel 7 lid 1 van de Lar beroep worden ingesteld bij het Gerecht in eerste aanleg.