Rechtspraak
X/Y
X exploiteert een attractiepark en heeft 2200 medewerkers in dienst. Op de rechtsverhouding tussen X en haar medewerkers is de CAO voor het Horeca- en aanverwante bedrijf (hierna: cao) van toepassing. In de cao 2001-2002 is een zondagstoeslag opgenomen. Werknemers van X die na 1 januari 2003 in dienst zijn getreden hebben geen recht op zondagstoeslag. In de cao 2003 is in artikel 23 lid 1 een overgangsregeling opgenomen (toeslag van 50%). In de cao van 1 augustus 2012, geldend voor het tijdvak van 1 augustus 2012 tot en met 31 december 2013, is in artikel 2.10 bepaald: ‘Rechten en plichten voortvloeiend uit bepalingen van eerdere collectieve arbeidsovereenkomsten (cao) komen te vervallen. In plaats daarvan gelden de bepalingen van de cao. De cao heeft, voorzover deze mindere aanspraken geeft, voorrang op de voorgaande cao(en).’ Artikel 2.11 luidt vervolgens: ‘Individuele schriftelijk vastgelegde afspraken die wel of niet uit een eerdere cao voortvloeien, blijven van kracht. De overgangsregeling arbeidsduurverkorting blijft op jou van toepassing als die op 31 maart 2012 op jou van toepassing was.’ Tussen X en de Y is in geschil of de overgangsbepaling (artikel 23 lid 1 cao 2003) met de komst van de nieuwe cao per 1 augustus 2012 is komen te vervallen. Volgens X is zij op grond van artikel 2.10 van de nieuwe cao niet langer gehouden om aan haar medewerkers die vóór 1 januari 2003 in dienst zijn getreden een zondagstoeslag uit te keren.
Naar het oordeel van de kantonrechter is ook ter zitting gebleken dat partijen een geschil hebben omtrent de vraag of de zondagstoeslag ook na 1 augustus 2012 nog moet worden betaald. Y stelt als grondslag daarvoor de individuele arbeidsvoorwaarde. Deze vraag is de kantonrechter echter niet ex artikel 96 Rv voorgelegd. Geoordeeld wordt dat op grond van de nieuwe cao geen verplichting tot betaling van een zondagstoeslag meer bestaat. Afgezien van de omstandigheid dat ook Y ter zitting heeft gesteld dat de bedoelde overgangsbepaling inderdaad is vervallen, zij het al langer, is de per 1 augustus 2012 afgesloten cao duidelijk in artikel 2.10 met betrekking tot rechten en plichten uit eerdere cao’s. Daarin is bepaald dat rechten en plichten uit bepalingen van eerdere collectieve arbeidsovereenkomsten komen te vervallen en dat in plaats daarvan de bepalingen van de cao gelden, waarbij de cao, voor zover deze mindere aanspraken geeft, voorrang heeft op de voorgaande cao(en). Ook staat tussen partijen vast dat de nieuwe cao in het geheel geen regeling zondagstoeslag meer kent. Onvoldoende weersproken heeft X gemotiveerd gesteld dat er geen sprake is van een recht op zondagstoeslag voortvloeiend uit een eerdere cao die nawerking heeft.