Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 2 augustus 2013
ECLI:NL:RBROT:2013:6441

werknemer/werkgever

Ketenregeling vangt voor uitzendkracht pas aan nadat in 26 weken uitzendarbeid is verricht. Nu de uitzendkracht niet meer dan drie tijdelijke contracten heeft gehad en de periode van 36 maanden niet is overschreden, is geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan

Werknemer is in augustus 2009 in dienst getreden van Creyf’s uitzendbureau. Hij is tewerkgesteld als kaartcontroleur bij de RET. Op 1 januari 2010 is hij in dienst getreden van Accord uitzendbureau en is hij tewerkgesteld als conducteur bij de RET. Met ingang van 11 oktober 2010 is werknemer voor de duur van een jaar in dienst getreden van werkgever. Zijn werkzaamheden bij de RET heeft hij voortgezet. De arbeidsovereenkomst is één keer verlengd. Thans stelt werknemer dat er op grond van de ketenregeling (artikel 7:668a BW) een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan. Hij stelt dat sprake is van opvolgend werkgeverschap.

De kantonrechter oordeelt als volgt. De vraag of sprake is van opvolgend werkgeverschap hoeft niet te worden beantwoord. Zowel met Creyf’s als met Accord heeft werknemer een uitzendovereenkomst gesloten zodat artikel 7:691 BW van toepassing is. Dit artikel bepaalt dat artikel 7:668a BW eerst van toepassing is op de uitzendovereenkomst, zodra de werknemer in méér dan 26 weken arbeid heeft verricht. Voor de berekening van de termijn van 26 weken worden perioden waarin voor verschillende werkgevers arbeid wordt verricht die ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijze geacht moeten worden elkaars opvolger te zijn, mede in aanmerking genomen. Contracten en termijnen die aan dit tijdstip zijn voorafgegaan zijn niet relevant. De ketting van tijdelijke contracten op grond van artikel 7:668a BW vangt aan nadat in 26 weken uitzendarbeid is verricht. Het contract bij Creyf’s heeft 19 weken geduurd (buiten de vraag of in alle weken gewerkt is) zodat dit contract zelfstandig niet meetelt. Wel kunnen deze weken meetellen voor de berekening van de 26 wekentermijn. Het contract bij Accord heeft 40 weken geduurd. Gemakshalve uitgaande van 19 weken waarin gewerkt is bij Creyf’s gaat de ketting van tijdelijke contracten lopen vanaf week 27, dit is per 22 februari 2010. Het tijdelijke contract met Accord is dan contract nummer 1. De tijdelijke arbeidsovereenkomst met werkgever d.d. 11 oktober 2010 is contract nummer 2 en de eerste verlenging van dit contract van 11 oktober 2011 tot 10 oktober 2012 nummer 3. Meer tijdelijke contracten zijn er niet zodat niet is voldaan aan het vereiste van artikel 7:668a lid 1 sub b BW dat spreekt over méér dan drie tijdelijke contracten. Ook aan het vereiste van sub a van hetzelfde artikel is niet voldaan nu de termijn van 22 februari 2010 tot 10 oktober 2012 een periode van 36 maanden niet overschrijdt. Volgt afwijzing van de vordering.