Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Nijmegen), 5 april 2013
ECLI:NL:RBGEL:2013:2683
werknemer/Haskoning Nederland B.V.
Werknemer is in 2007 in dienst getreden van Haskoning en als projectmanager tewerkgesteld in Sakhalin te Rusland. Werknemer stelt dat uit de belastingaanslagen over de jaren 2007 en 2008 volgt dat hij progressienadeel heeft geleden. Daardoor heeft hij maandelijks na belastingheffing aan netto inkomen beduidend minder ontvangen dan de afgesproken € 6.000 netto. Daarnaast heeft Haskoning niet voldaan aan haar informatieplicht. Haskoning had hem expliciet moeten wijzen op het progressienadeel dat altijd optreedt als een werknemer gedurende een gedeelte van het jaar in Nederland werkt en een gedeelte in het buitenland. Dit lag op de weg van Haskoning, zeker gelet op het feit dat Haskoning een organisatie is die ruime ervaring heeft met het uitzenden van werknemers naar het buitenland. Centrale vraag is wat bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst afgesproken is over de hoogte van het salaris en of Haskoning werknemer behoorlijk heeft geïnformeerd.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De stelling van werknemer dat hij minimaal € 6.000 netto per maand zou verdienen, wordt niet gevolgd. De opmerking ‘dit betekent dus dat je per maand ruim 6000 euro netto zult krijgen’ kan alleen gelezen worden als een toezegging van Haskoning om dit bedrag maandelijks aan werknemer over te maken op zijn bankrekening. Gesteld noch gebleken is dat Haskoning hier niet aan heeft voldaan. Een toezegging dat werknemer geen enkele belastingverplichting in Nederland zou hebben, valt daar niet uit af te leiden.
Tijdens de comparitie heeft werknemer verklaard dat hij in een eerder stadium de digitale versie van de ‘Regeling voor uitzending van medewerkers van Royal Haskoning naar het buitenland’ (hierna: RUM) had ontvangen en bij de ondertekening van de arbeidsovereenkomst de papieren versie. Dit betekent dus dat werknemer tijdig in het bezit is geweest van de RUM en van de inhoud daarvan op de hoogte kon zijn. Onweersproken is ook dat werknemer wist dat hij zou vallen onder het BUBEL-project en dat daarmee het BUBEL-belastingtype op hem van toepassing zou zijn. Met de mededeling in de RUM dat de medewerker bedacht moet zijn op het feit dat de vrijstelling geldt onder voorbehoud van het zogeheten progressienadeel heeft Haskoning aan haar informatieplicht voldaan. Daarbij is van belang dat een werkgever niet altijd de persoonlijke omstandigheden van de werknemer kent die de Belastingdienst nodig heeft en gebruikt om tot een belastingaanslag te komen. Voldoende is dan ook dat een werkgever waarschuwt voor het progressienadeel, hetgeen Haskoning ook in de RUM heeft gedaan. Van werknemer mag, mede gelet op zijn functieniveau, verwacht worden dat hij zelf onderzoek verricht naar de eventuele financiële gevolgen van het progressienadeel. Volgt afwijzing van de vordering.