Rechtspraak
X/werknemer c.s.
Werknemer is van 1 juli 2005 tot 1 februari 2012 in dienst van geweest van X, een onderneming die versproducten door Europa vervoert. In de arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding opgenomen. Laatstelijk is hij werkzaam geweest als Managing Director en was hij statutair bestuurder van X. Tegelijkertijd met de opzegging door werknemer, hebben ook drie andere werknemers hun arbeidsovereenkomst met X opgezegd. Deze werknemers zijn niet aan een concurrentiebeding gebonden. Op 5 januari 2013 hebben deze drie werknemer Iertrex B.V. i.o. in het handelsregister ingeschreven. Volgens de website van Iertrex en haar introductiebrief houdt Iertrex zich bezig met het transport van bloemen, planten en andere goederen van en naar Ierland. Thans stelt X dat uit onderzoek is gebleken dat werknemer werkzaamheden verricht voor Iertrex en dat hij daarmee het concurrentiebeding overtreedt. X vordert betaling van verbeurde boetes. Voorts stelt X dat Iertrex heeft geprofiteerd van de wanprestatie van werknemer. X vordert schadevergoeding.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het is in de regel niet eenvoudig om aan te tonen dat een ex-werknemer een concurrentiebeding heeft overtreden als hij niet in dienst van een derde is getreden of zichtbaar als participant aan een onderneming is verbonden. Dat brengt met zich dat op werknemer en Iertrex een verzwaarde plicht rust om hun verweren te onderbouwen. Het concurrentiebeding is ruim geformuleerd en verbiedt iedere vorm van betrokkenheid bij vergelijkbare handelsactiviteiten aan die van X. Er zijn verscheidene aanwijzingen dat werknemer die betrokkenheid bij Iertrex heeft gehad. In de eerste plaats is niet aannemelijk dat werknemer eind december 2011 geen wetenschap had van de plannen van de latere vennoten om Iertrex op te richten. Met een van de oprichters woonde hij samen; met alle vennoten heeft hij lange jaren intensief samengewerkt bij de op Ierland gerichte activiteiten van X. In de tweede plaats heeft X onbetwist gesteld dat werknemer in het verleden bij X steeds de leidinggevende en acquirerende werkzaamheden uitvoerde en een belangrijk netwerk had, terwijl de vennoten van Iertrex de uitvoerende activiteiten tot taak hadden. In de derde plaats heeft werknemer volstrekt niet aannemelijk gemaakt dat hij zich niet kon vinden in de plannen van de latere vennoten. Voorts heeft Iertrex erkend dat werknemer na enkele maanden hand- en spandiensten voor Iertrex is gaan verrichten en is gebleken dat werknemer meer dan enkele diensten heeft verleend. Dat werknemer geen rol bij Iertrex had is onvoldoende onderbouwd. De ontoereikende betwisting leidt tot het oordeel dat werknemer betrokkenheid bij Iertrex heeft gehad en het concurrentiebeding heeft geschonden. Daaruit vloeit voort dat X in beginsel aanspraak kan maken op de overeengekomen boetes.
De boetes bedragen in totaal € 512.500. X is ten gevolge van de schending van het concurrentiebeding benadeeld. Dat nadeel is echter niet alleen door toedoen van werknemer ontstaan. Iertrex werd immers (ook) door de drie vennoten gedreven, die niet aan een concurrentiebeding waren gebonden. X had die concurrentie, die onder haar ondernemersrisico viel, te dulden. Ook is van belang dat de boete zowel een vast als een variabel element heeft en dagelijks met een fors bedrag is opgelopen. De boetes worden gematigd tot een bedrag van € 256.250, zijnde 50% van het volledige boetebedrag. Ten aanzien van de gevorderde schadevergoeding wegens wanprestatie door Iertrex zal een nader deskundigenonderzoek plaatsvinden naar de gestelde omvang van de schade. Ten aanzien van dit punt wordt de zaak aangehouden.