Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Groningen), 20 september 2013
ECLI:NL:RBNNE:2013:5613

werknemer/werkgeefster

Ontslag op staande voet arbeidsongeschikte werknemer die re-integratie belemmert. Lopen van marathons en klussen aan woning zijn ten onrechte niet gemeld aan bedrijfsarts

Werknemer is in dienst als magazijnmedewerker/hulpbezorger. Hij is sinds 2012 arbeidsongeschikt en heeft te maken met pijnklachten, waardoor hij zijn functie niet meer kan verrichten. Op advies van de bedrijfsarts is in oktober 2012 gestart met re-integratie in het tweede spoor. Op 4 juli 2013 is werknemer op staande voet ontslagen wegens het niet naleven van re-integratieverplichtingen. Werkgeefster stelt dat is gebleken dat werknemer diverse marathons en diverse tochten van minimaal 10 km heeft gelopen. Daarnaast heeft zij geconstateerd – en door middel van filmbeelden vastgelegd – dat werknemer eind juni 2013 op een steiger werkzaamheden aan zijn woning verrichtte, waaronder de vervanging van dakgoten. Werkgeefster verwijt werknemer dat hij deze zwaar lichamelijk belastende activiteiten niet heeft gemeld en daarvoor geen toestemming heeft gevraagd aan haar of de bedrijfsarts. Werknemer was daartoe krachtens de wet en cao wel verplicht.

De kanonrechter oordeelt als volgt. Aan werknemer zij toegegeven dat uit het arrest Vixia/Gerrits (HR 8 oktober 2004, JAR 2004/259) inderdaad blijkt dat de enkele weigering (lees in casu: verzuim) van een werknemer om de door de werkgever vastgestelde redelijke voorschriften omtrent controle bij ziekteverzuim na te leven, niet een dringende reden in de zin der wet van artikel 7:677 lid 1 BW oplevert, omdat blijkens de totstandkoming van deze wetsbepaling het de bedoeling van de wetgever is geweest daaraan slechts de sanctie van opschorting van het loon te verbinden. Het schenden van de controlevoorschriften in combinatie met aanvullende bijzondere omstandigheden kan echter wel een ontslag op staande voet dragen. Daar komt bij dat ingevolge artikel 7:670b lid 3 BW bij een weigering van de werknemer om mee te werken aan zijn re-integratie het opzegverbod niet van toepassing is, waarmee de wet in die situatie wel, zij het als uiterste middel, een ontslagmogelijkheid biedt.

Voorshands is voldoende aannemelijk geworden dat werknemer noch zijn intensieve hardloopactiviteiten noch zijn verbouwingswerkzaamheden aan werkgeefster of de bedrijfsarts heeft gemeld. Het melden van deze activiteiten had de bedrijfsarts en re-integratiecoach minst genomen beter in staat gesteld de inzetbaarheid van werknemer enerzijds op basis van zijn pijnklachten en anderzijds met zijn fysieke mogelijkheden als marathonloper naar waarde te schatten en hem optimaal te begeleiden bij zijn re-integratie. Door dit na te laten heeft werknemer naar voorlopig oordeel zijn re-integratieproces belemmerd. Zelfs in aanmerking nemend dat een ontslag op staande voet als uiterste middel heeft te gelden, is niet in voldoende mate waarschijnlijk dat werknemer in een bodemprocedure ten aanzien van de nietigheid van het ontslag alsook de volledige doorbetaling van zijn loon in het gelijk zal worden gesteld. Van belang is ook dat werkgeefster in een bodemprocedure de mogelijkheid heeft om een beroep te doen op haar recht om ingevolge de cao een loonsanctie tot 70% toe te passen. Daar komt bij dat het voorwaardelijk ontbindingsverzoek van werkgeefster bij beschikking van heden wordt toegewezen zodat in elk geval per 1 oktober 2013 de arbeidsverhouding tussen partijen zal zijn geëindigd. Daarmee ontvalt het belang aan de vordering tot wedertewerkstelling dan wel voortzetting van het re-integratietraject. Volgt afwijzing van de vorderingen.