Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Groningen), 19 september 2013
ECLI:NL:RBNNE:2013:5616
Tankstation H-S V.O.F./werknemer
Werknemer is in dienst van Tankstation H-S. Hij heeft bekend geld uit de kassa te hebben weggenomen om te gebruiken voor privédoeleinden. Hij is vervolgens op staande voet ontslagen. Daar werknemer na de ontslagaanzegging meerdere bedreigende uitspraken heeft gedaan jegens Tankstation H-S, is aangifte gedaan van zowel verduistering als bedreiging. Thans verzoekt Tankstation H-S ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair wegens een dringende reden.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Werknemer is behoorlijk – conform aanbeveling 1.3 van de Aanbevelingen – opgeroepen. Hij is niet ter zitting verschenen. Het ontbindingsverzoek is voorwaardelijk gedaan, namelijk voor het geval achteraf (door de bodemrechter) mocht worden vastgesteld dat het gegeven ontslag op staande voet geen stand kan houden. De vraag of er sprake is van een dringende reden dient daarom niet in deze procedure maar in een nog te entameren bodemprocedure te worden beantwoord. Het primaire verzoek komt derhalve niet voor toewijzing in aanmerking. Met betrekking tot het subsidiaire verzoek (ontbinding op grond van gewijzigde omstandigheden) wordt het volgende overwogen. Nu werknemer geen verweer heeft gevoerd, dient uitgegaan te worden van de juistheid van het feitencomplex dat Tankstation H-S aan haar verzoek ten grondslag heeft gelegd. Op grond van dat feitencomplex is sprake van een zodanige wijziging van de omstandigheden dat van Tankstation H-S niet kan worden gevergd dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen langer voortduurt. In dit verband is voornamelijk de opstelling en houding van werknemer van belang. Voor toekenning van een vergoeding aan werknemer is geen plaats nu hij debet is aan de thans ontstane situatie.