Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Action Nederland B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Hoorn), 22 april 2013
ECLI:NL:RBNHO:2013:CA3583

werkneemster/Action Nederland B.V.

Nadat het bezwaar van werkneemster tegen verkorting van de loonsanctie door het UWV gegrond is verklaard, is de verkorting van de loonsanctie komen te vervallen. Werkgever is alsnog verplicht tot loondoorbetaling gedurende de resterende periode van de loonsanctie

Werkneemster is sinds 2005 in dienst van Action als winkelmedewerkster. Op 3 juni 2009 is zij wegens ziekte uitgevallen voor haar werk. Het UWV heeft een loonsanctie aan Action opgelegd wegens het niet voldoen aan re-integratieverplichtingen. Bij beslissing van 25 november 2011 heeft het UWV de loonsanctie verkort en aan Action meegedeeld dat het loon van werkneemster tijdens ziekte tot 17 december 2011 moet worden doorbetaald. Na verkregen toestemming is de arbeidsovereenkomst op 4 april 2012 tegen 1 juni 2012 opgezegd. Werkneemster heeft bezwaar gemaakt tegen het verkorten van de loonsanctie. Dit bezwaar heeft het UWV op 23 mei 2012 gegrond verklaard. Werkneemster heeft een beroep gedaan op de vernietigbaarheid van de opzegging. De arbeidsovereenkomst is per 1 maart 2013 voorwaardelijk ontbonden. Thans vordert werkneemster loondoorbetaling vanaf 19 december 2011.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Door het besluit van het UWV van 23 mei 2012 is de verkorting van de loonsanctie komen te vervallen. Aan Action kan worden toegegeven dat het UWV in zijn besluit op bezwaar van 23 mei 2012 de beslissing van 25 november 2011 tot verkorting van de loonsanctie niet heeft vernietigd. Gelet op artikel 7:11 Awb had het UWV strikt genomen niet mogen volstaan met het enkel gegrond verklaren van het bezwaar, maar had het de beslissing van 25 november 2011 ook nog moeten herroepen. Echter, het enkele ontbreken van de woorden ‘herroepen’ of ‘vernietigen’ in het besluit van het UWV van 23 mei 2012 doet niet af aan de duidelijke bedoeling en strekking van dat besluit, namelijk dat de verkorting van de loonsanctie niet wordt gehandhaafd en dat die verkorting dus komt te vervallen. Gevolg is dat de aan Action opgelegde loonsanctie niet is verkort tot 17 december 2011 en dus tot 30 mei 2012 heeft voortgeduurd. Dit betekent dat ook de loondoorbetalingsverplichting en het opzegverbod tijdens ziekte tot die datum hebben voortgeduurd. Anders dan Action stelt, is de loonsanctie niet met terugwerkende kracht opgelegd. De loonvordering wordt tot 30 mei 2012 toegewezen. Voor matiging van de loonvordering ex artikel 7:680a BW is geen aanleiding, nu de loonvordering niet is toegewezen op grond van de vernietigbaarheid van de opzegging, maar op grond van artikel 7:629 lid 1 BW.