Naar boven ↑

Rechtspraak

Wasco Groothandelsgroep B.V./werknemer
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 17 oktober 2013
ECLI:NL:RBMNE:2013:4989

Wasco Groothandelsgroep B.V./werknemer

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens bedrijfssluiting. Opzegverbod tijdens ziekte niet van toepassing bij bedrijfssluiting. Vergoeding conform eenzijdig vastgesteld sociaal plan

Werknemer (61 jaar) is op 1 juli 2001 in dienst van (de rechtsvoorganger van) Wasco Groothandelsgroep getreden. Wasco is een groothandel in verwarming, sanitair en onderdelen. Wegens forse verliezen is besloten het bedrijfsonderdeel Wasco Showroom, waar werknemer werkzaam is, te sluiten. Wasco verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Op grond van het sociaal plan komt werknemer een vergoeding toe met C=0,7. Werknemer is sinds mei 2012 arbeidsongeschikt en beroept zich op het opzegverbod. Voor het geval de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, verzoekt hij een vergoeding toe te kennen met C=1.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Voldoende is aannemelijk geworden dat het door de werkgever gestelde omtrent bedrijfseconomische omstandigheden op juiste gronden berust. Het beroep op de reflexwerking van het opzegverbod faalt. In dit geval is sprake van een bedrijfssluiting. Op grond van artikel 7:670b lid 2 BW geldt het opzegverbod in dat geval niet. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. Ten aanzien van de vergoeding wordt overwogen dat Wasco geen overeenstemming met de vakbonden heeft bereikt over een sociaal plan en dat het sociaal plan eenzijdig is opgesteld. Omdat het sociaal plan eenzijdig is opgesteld is, anders dan Wasco stelt, de norm van de evidente onbillijkheid niet zonder meer van toepassing. De kantonrechter heeft daar een veel ruimere toets, te weten de (aanvullende) redelijkheid en (de) billijkheid. Er wordt in dit geval een vergoeding toegekend met C=0,7. Hierbij wordt onder meer meegewogen dat in het sociaal plan is bepaald dat de vergoeding in ieder geval niet hoger zal zijn dan de verwachte inkomensderving tot aan de AOW-gerechtigde leeftijd. De inkomensderving voor de WW ligt in de orde van grootte van wat thans wordt aangeboden in het kader van C=0,7 (€ 65.204,55). Er is onvoldoende grond voor toekenning van een vergoeding met C=1. Daarbij wordt meegewogen dat de arbeidsdeskundige heeft vastgesteld dat werknemer nog andere werkzaamheden bij een andere werkgever kan verrichten.