Naar boven ↑

Rechtspraak

B-Street B.V./Trend Uitzendburo B.V.
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 7 mei 2013
ECLI:NL:GHAMS:2013:1459

B-Street B.V./Trend Uitzendburo B.V.

Inlenersvergoeding in algemene voorwaarden uitzendbureau niet onredelijk bezwarend. Arbeidsontwikkeling werknemer wordt niet gehinderd

Trend exploiteert een uitzendbureau. Op 9 november 2004 heeft B-Street haar verzocht een commerciƫle binnendienstmedewerker ter beschikking te stellen. In de Algemene Voorwaarden van Trend staat dat indien de inlener binnen zes maanden de uitzendkracht zelf in dienst neemt, er een vergoeding verschuldigd is. Trend heeft aan B-Street als kandidate voorgesteld Z met wie B-Street op 23 november en 30 november 2004 gesprekken heeft gevoerd. B-Street is vervolgens met haar een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aangegaan. De arbeidsverhouding heeft op 1 januari 2005 een aanvang genomen. Trend vordert betaling van de in artikel 4 genoemde vergoeding.

Het hof oordeelt als volgt. B-Street voert onder meer aan (kort gezegd) dat artikel 4 van de Algemene Voorwaarden een onredelijk bezwarend beding is omdat dit voor Z een belemmering betekent om bij een derde in dienst te treden nu deze derde bij indienstneming van een uitzendkracht een vergoeding verschuldigd is aan het uitzendbureau. Ook hierin kan het hof niet meegaan. Zonder aanwijzingen van het tegendeel, welke door B-Street niet zijn gesteld, mag aangenomen worden dat Z in het kader van een nieuwe opdracht van Trend werkzaamheden zou kunnen uitoefenen die vergelijkbaar zijn aan de werkzaamheden die zij zou verrichten voor B-Street. Nu zij bij elke andere werkgever dan B-Street in dienst kon treden zonder dat die werkgever een vergoeding aan Trend verschuldigd was, werd zij door het beding dus niet in relevante mate in haar verdere arbeidsontwikkeling gehinderd. Daarentegen heeft Trend een commercieel belang dat zij haar uitzendkrachten bij haar opdrachtgevers kan laten werken zonder hen direct aan die opdrachtgevers te verliezen. Alles overziende is naar het oordeel van het hof geenszins sprake van een onredelijk bezwarend beding.