Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Assen), 13 november 2013
ECLI:NL:RBNNE:2013:6718
Uitzendbureau Mutua Fides B.V. tevens h.o.d.n. MF Horeca/X B.V.
Werknemer is in dienst van MF, een uitzendbureau. Werknemer is sinds 2007 uitgeleend aan X, die een café-bar en discotheek in Roden exploiteerde. In de overeenkomst tussen MF Horeca en X is bepaald dat de kosten van een ontslagprocedure voor rekening van X komen. Verder is bepaald dat indien de uitzendovereenkomst tussen MF Horeca en werknemer beëindigd moet worden, X de keuze heeft dit via een advocaat te doen. MF heeft het dienstverband met werknemer beëindigd. Er is een vaststellingsovereenkomst overeengekomen, waarin wordt bepaald dat werknemer vanaf 1 augustus 2011 tot 1 april 2012 is vrijgesteld van werk, maar zijn salaris wordt doorbetaald. Ook wordt aan werknemer een vergoeding toegekend voor opgebouwde maar niet genoten vakantiedagen, scholingskosten en kosten rechtsbijstand. Thans stelt MF zich op het standpunt dat X verplicht is aan haar alle kosten te vergoeden zoals zij die volgens de door haar met haar werknemer gesloten vaststellingsovereenkomst heeft gemaakt.
De rechtbank oordeelt als volgt. MF heeft X niet bij de onderhandelingen over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst betrokken en X heeft op het onderhandelingsresultaat geen invloed gehad. Een en ander verhoudt zich niet met de rechten en verplichtingen die partijen met hun overeenkomst in het leven hebben geroepen, in het bijzonder niet met de keuzemogelijkheid die aan X toekomt om door tussenkomst van een eigen advocaat dan wel door tussenkomst van een advocaat van MF, de beëindiging van het dienstverband van de ingeleende werknemer te regelen. De wet verbindt echter aan een toerekenbare tekortkoming niet het rechtsgevolg dat X inroept en dat erop neer zou komen dat X niet langer gehouden is haar eigen verplichtingen na te komen. Redelijk zou zijn als X die kosten aan MF moet vergoeden die redelijkerwijs ook zouden zijn ontstaan als X wel was betrokken bij de onderhandelingen met de werknemer.
X heeft in dit verband aangevoerd dat wanneer zij bij die onderhandelingen zou zijn betrokken zij nooit met de toegekende vergoedingen zou hebben ingestemd, omdat bij toekenning van die vergoedingen geen rekening is gehouden met de onderbreking in het dienstverband van de werknemer, de overeengekomen ontbindingsvergoeding niet in verhouding staat met de duur van het dienstverband en de redenen die aan de beëindiging ten grondslag liggen, een te lange opzegtermijn in acht is genomen, ten onrechte vrijstelling is verleend van de verplichting tot het verrichten van werkzaamheden, en dat ten onrechte een vergoeding is overeengekomen voor scholing en kosten van rechtsbijstand. MF heeft hierop niet (toereikend) concreet gereageerd en MF heeft daardoor geen zicht gegeven op wat redengevend is geweest voor toekenning van de vergoedingen die zij met haar werknemer is overeengekomen. De vordering van MF tot verhaal van kosten die voorvloeien of samenhangen met de beëindiging van het dienstverband wordt afgewezen.