Naar boven ↑

Rechtspraak

Coop Supermarkten B.V./werkneemster
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 12 november 2013
ECLI:NL:GHDHA:2013:4114

Coop Supermarkten B.V./werkneemster

Ontslag op staande voet werkneemster (jonge alleenstaande moeder) wegens het in strijd met de bedrijfsregels nuttigen van een blikje Red Bull rechtsgeldig. Bagateldelict doet aan dringende reden niet af, temeer nu werkneemster uitdrukkelijk en herhaaldelijk jegens haar leidinggevende heeft gelogen

Werkneemster is op 6 augustus 2007 bij (de rechtsvoorgangster van) Coop in dienst getreden in de functie van verkoop-/kassamedewerkster. Op 16 april 2013 ging zij rond 14.30 uur (kort) met pauze. Op weg naar de pauze-/personeelsruimte kwam werkneemster langs het schap met frisdrank en heeft zij vandaar een blikje Red Bull meegenomen. Werkneemster heeft vervolgens dat blikje in de personeelsruimte opgedronken en het lege blikje in de prullenbak gedeponeerd. De (bij werkneemster bekende) spelregels voor het personeel schrijven voor dat werknemers voor de pauze hun eventuele aankopen moeten afreken en de kassabon moeten laten aftekenen door hun leidinggevende. Dit heeft werkneemster niet gedaan. Haar leidinggevende heeft haar gevraagd of zij deze spelregels in acht had genomen. Werkneemster heeft stellig geantwoord dat dit het geval was. Werkneemster is diezelfde dag nog geschorst. Op 18 april 2013 is haar ontslag op staande voet verleend. De kantonrechter heeft het ontslag op staande voet nietig geoordeeld.

Het hof oordeelt als volgt. Coop hanteert, ter bescherming van haar winkelvoorraad, strakke regels met betrekking tot de aanschaf door eigen personeel van goederen uit de winkel. Tussen partijen is niet in discussie dat werkneemster met die door Coop gehanteerde strakke regels bekend was: in de pauze te consumeren goederen dienden bij aanvang van de pauze te worden afgerekend. Werkneemster heeft zich, naar tussen partijen onbestreden vaststaat, op 16 april 2013 met betrekking tot het blikje Red Bull niet aan die regel gehouden; zij had nog niet voor het blikje betaald toen zij het tijdens haar middagpauze heeft opgedronken. Deze schending van de gedragsregels leverde in beginsel grond voor ontslag op staande voet op. Daar komt bij dat werkneemster heeft gelogen jegens haar leidinggevende. Dusdoende heeft werkneemster getracht haar werkgever (Coop ) te misleiden aangaande het onbetaald onttrekken van een vermogensbestanddeel (het blikje Red Bull) aan de winkelvoorraad van Coop. Daarbij is van minder belang welke waarde met de gewraakte handeling gemoeid was, nu het met name gaat om het ontoelaatbare handelen zelf. Van Coop kon niet worden verwacht het dienstverband met werkneemster die door dusdanig in strijd met de huisregels te handelen het tussen partijen noodzakelijke vertrouwen schond, nog langer te laten voortduren, vgl. ook artikel 7:678 lid 2 sub d. BW. Dat werkneemster niet direct de toegang tot de supermarkt is ontzegd maar haar werk tot het einde van de diensttijd (die 16e april) heeft voortgezet, doet aan het voorgaande niet af. De heer X (leidinggevende) was onweersproken tot ontslag van werkneemster niet bevoegd. Afgezet tegen het vorenstaande leveren de gestelde persoonlijke omstandigheden van werkneemster, zoals de lengte van het dienstverband, haar privéomstandigheden (jonge alleenstaande moeder) en verstrekkende (financiële) gevolgen, onvoldoende tegenwicht op om anders te beslissen. Dat werkneemster in een toestand van stress en/of vanuit een schrikreactie onwaarheid zou hebben gesproken over het afrekenen van het blikje Red Bull, maakt, zo al juist, vorenstaande niet anders, een en ander valt namelijk niet te rijmen met het gegeven dat werkneemster ‘gezocht’ heeft naar het (niet bestaande) bonnetje dat zij beweerde te hebben weggegooid. Ook het feit dat werkneemster na haar pauze rond 14.30 uur alsnog (om 15.05 uur) een blikje Red Bull heeft afgerekend doet aan dat alles niet af. (Vgl. ook HR 20 april 2012, AR 2012-0373 (Bijenkorf).)