Rechtspraak
werknemer/werkgever
Werknemer is sinds 2008 voor 38 uur per week in dienst geweest van een sauna- en beautycentrum als kok. Het dienstverband tussen partijen is op 21 april 2011 beëindigd. Thans verschillen partijen van mening over het antwoord op de vraag of nog vakantie-uren aan werknemer moeten worden uitbetaald. Werkgever heeft de dagen waarop werknemer niet heeft gewerkt doordat werkgever wegens verbouwing (zomer) en wegens vakantie (rond de kerstdagen) gesloten was geboekt als vakantiedagen. Werknemer stelt dat nimmer met hem is besproken dat hij vakantiedagen diende op te nemen tijdens de bedrijfssluitingen wegens verbouwing dan wel rond de kerstdagen. Minuren die zijn ontstaan door bedrijfssluitingen bijvoorbeeld wegens verbouwingen mogen niet verrekend worden met vakantie-uren, aldus werknemer. Bovendien vordert werknemer betaling van opgebouwde overuren. Hij stelt dat werkgever niet bevoegd om ‘te plussen en te minnen’.
De kantonrechter oordeelt als volgt. In het onderhavige geval is niet komen vast te staan dat sprake is geweest van bedrijfssluitingen die in redelijkheid op grond van artikel 7:628 BW voor rekening van de werkgever behoren te blijven. Werknemer heeft niet weersproken dat bij werkgever sprake was van jaarlijks terugkerende bedrijfssluitingen voor (ongeveer) drie weken in de zomerperiode en voor enkele dagen rond de kerst. Werknemer heeft onvoldoende onderbouwd dat er zonder overleg met hem vakanties zijn vastgesteld in de zomer en rond de kerstdagen. Eerst na afloop van het dienstverband heeft werknemer erover geklaagd dat er vakantiedagen werden afgeboekt voor de duur van de bedrijfssluitingen.
Ten aanzien van de overuren wordt geoordeeld dat vaststaat dat werknemer niet alleen op bepaalde dagen minder uren werkte dan overeengekomen, maar ook dat hij op andere dagen meer uren werkte dan was overeengekomen. Werknemer heeft onvoldoende gemotiveerd onderbouwd dat de plusuren in het onderhavige geval als overuren moeten worden uitbetaald. De enkele stelling dat werkgever niet bevoegd was om te plussen en te minnen is onvoldoende. De bevoegdheid om te vereffenen volgt reeds uit de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst waarin staat dat overwerk wordt vergoed in de vorm van extra vrije tijd, dan wel in geld. Partijen kunnen hierover kennelijk onderling afspraken maken. Voorts wordt in aanmerking genomen dat werknemer niet heeft weersproken dat de plus- en minuren werden bijgehouden door werkgever en evenmin is gebleken dat werknemer op enig moment tijdens zijn dienstverband bezwaar heeft gemaakt tegen de saldering van deze uren op basis van het tijd voor tijd-principe.